Wij hebben een duidelijk toekomstperspectief voor de recreatieve en toeristische ontwikkeling van het landelijk gebied geschetst. Zowel in het beleidsplan “Ruimte voor recreatie” (2005) en de “Toekomstvisie Lopik 2030” (2010) heeft de gemeente Lopik ingezet op de ontwikkeling van het recreatief en toeristisch potentieel van het landelijk gebied. De toenemende vraag naar recreatie, de veranderingen in de agrarische sector, de centrale ligging van de gemeente en de kwaliteiten van het landschap zijn daarbij de belangrijkste drijfveren. Ook in het Landschapsontwikkelingsplan (2005) en het geldend bestemmingsplan “Landelijk gebied” wordt ingezet op een vergelijkbare ontwikkeling. Terugkijkend op dit toekomstperspectief en de onderliggende beleidsstukken moet geconstateerd worden dat de ambitie en toegestane ontwikkelruimte op het gebied van recreatie en toerisme tamelijk ver uit elkaar liggen. De ontwikkelruimte, zoals vastgelegd in het bestemmingsplan, beperkt zich namelijk tot extensief medegebruik in de vorm van fiets- en wandelroutes en agrarische nevenactiviteiten. Behoud van landschap, natuur en cultuurhistorie is daarbij een duidelijke voorwaarde. Dit terwijl er in onze ambitie ook ruimte is voor grootschalige, intensieve vormen van recreatie.
De afgelopen jaren heeft dit er toe geleid dat de geïnitieerde kleinschalige activiteiten nauwelijks een bijdrage hebben geleverd aan het verwezenlijken van onze gemeentelijke recreatieve en toeristische ambitie, terwijl de grootschalige ontwikkelingen op dit gebied vaak, en niet altijd terecht, als hinderlijk werden ervaren door de directe omgeving. Onze recreatieve ambitie en de daarbij horende kleinschalige en intensievere ontwikkelingsmogelijkheden zouden zich moeten concentreren op het benutten van het landschap en het agrarische karakter van onze gemeente, het combineren en verbinden van (bestaande) initiatieven en het aanpakken van ontbrekende schakels. Hierdoor worden de belevingswaarde en gebruikswaarde met elkaar in overeenstemming gebracht. Daarbij is het van belang om een duidelijke doelgroep te benoemen en ook onze eigen inwoners als recreant te beschouwen.
Bij de recreatieve en toeristische beleving van ons landelijk gebied speelt de natuur een prominente rol. Zo ook de gebieden aangewezen als onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur. Het behoud en onderhoud van natuur staat door teruglopende beschikbare financiële middelen onder druk.
Beheerders van natuur zoeken naar nieuwe samenwerkingsverbanden om natuur te onderhouden en ontbrekende verbindingen te realiseren. Om dit te kunnen faciliteren zal ook de gemeente zich open moeten stellen voor nieuwe koppelingen tussen natuur en recreatieve functies. Natuur en ondernemen kunnen goed samen gaan. Ruimte voor nieuwe functies betekent een kans voor nieuwe natuurontwikkeling en maakt natuur verder beleefbaar.