De vergunning kan door het college van burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften bedoeld in artikel 4.2.1 en artikel 4.3.2 niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.5
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving 2021