Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.6

Artikel 4.6.1

Vangnet archeologie

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving 2021

Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten of waarden worden verwacht als in het daar vigerende omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, tenzij: voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 5.1, eerste lid, onder a van de Omgevingswet is verleend; het de verstoring betreft van een archeologisch monument, waarde of verwachting die is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart, de provinciale archeologische monumentenkaart of de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring; de activiteit plaatsvindt op basis van een deugdelijke beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden en onevenredige schade voor archeologische waarden wordt voorkomen, of met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen over het verrichten van archeologisch onderzoek. Toelichting Herkomst: Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Wettelijke basis: Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Beoogt: De ruimtelijke borging van bescherming van archeologische waarden als daarin niet via een bestemmingsplan in is voorzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel