Het college kan door middel van een aanwijzingsbesluit (met kaart) gebieden aanwijzen waarbinnen het verboden is hemelwater en grondwater te lozen in een openbaar vuilwaterriool:
Het betreft gebieden waar gescheiden riolering aanwezig is of wordt aangelegd.
Het betreft gebieden met een afvoermogelijkheid vanaf het perceel naar aangrenzend oppervlaktewater.
Het aanwijzingsbesluit treedt in werking met ingang van de dag van bekendmaking met dien verstande dat per aangewezen gebied een termijn voor het afkoppelen is opgenomen.
Het college kan ontheffing verlenen van de verplichting tot afkoppelen als bedoeld in het eerste lid, indien van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater of grondwater kan worden gevergd. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
Op de voorbereiding van het aanwijzingsbesluit is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Als gevolg van de aanwezigheid van een hemelwaterafvoer dient overtollig grondwater te worden afgekoppeld van de vuilwaterriolering en afgevoerd via de hemelwaterafvoer of indien aanwezig gemeentelijke drainage of eventueel naar aanwezig oppervlaktewater.
Artikel 3
Plicht tot afkoppelen
Onderdeel van Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater Leidschendam-Voorburg