Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Compensatieplicht uitbreiding verharding

Onderdeel van Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater Leidschendam-Voorburg

In het geval van een uitbreiding van de verharding, waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is, dient ter compensatie een waterberging te worden aangelegd met een omvang volgens de berekeningswijze in de watertoets voor: toename van verhardingen en constructies die de natuurlijke infiltratie van regen in de bodem (deels) belemmeren; toename sterk hellende (on)verharde oppervlakken, die afwateren via riolering. In door het college aangewezen gebieden waar wateroverlast naar voren is gekomen uit de stresstest wateroverlast dient, als een omgevingsvergunning voor transformatie, nieuwbouw of uitbreiding verplicht is, in aanvulling op het eerste lid, waterberging op het perceel te worden aangelegd, zodat de totaal op het perceel aanwezige waterberging ten minste voldoet aan het volgende: 50 liter/m2 verharding x totaal aan verhard oppervlak op het perceel (na uitbreiding van de verharding). De totaal te realiseren berging betreft de maximale waarde in liters volgens artikel 4.1 of volgens artikel 4.2. De ledigingstijd van de waterberging dient tussen de 12 uur en 80 uur te zijn. In het geval het college van oordeel is dat het niet mogelijk is om op eigen terrein voldoende waterberging te realiseren, geldt een financiële compensatieplicht van € 1.500 per 1.000 liter waterberging (prijspeil 2021, jaarlijks geïndexeerd volgens het prijsindexcijfer van het CBS voor de GWW-sector).

Rechtspraak bij dit artikel