Bij subsidies van meer dan € 15.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:
In geval van een jaarsubsidie, uiterlijk vóór 1 november van het daaropvolgende subsidiejaar, tenzij de subsidie in de verleningsbeschikking gelijktijdig is vastgesteld.
In andere gevallen uiterlijk 8 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.
De verantwoording bevat:
Een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;
een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);
een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop;
bij een subsidiebedrag van € 50.000 tot € 350.000 per boekjaar moet de jaarrekening (bij een jaarlijkse subsidie) of de financiële verantwoording ( bij een eenmalige subsidie) voorzien zijn van een beoordelingsverklaring.
Bij een subsidiebedrag van € 350.000 per boekjaar of meer moet de jaarrekening (bij een jaarlijkse subsidie) of de financiële verantwoording (bij een eenmalige subsidie) voorzien zijn van een controleverklaring.
Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling of controle van belang zijn, worden overgelegd.
In de beschikking zoals bedoeld in lid 1 kan, in afwijking van lid 1, worden vastgelegd dat een meerjarige subsidie na afloop van de gehele subsidieperiode wordt vastgesteld. De subsidieontvanger dient de financiële en inhoudelijke verantwoording van de afgelopen subsidieperiode vóór 1 oktober van het daaropvolgende boekjaar in bij het college.
Hoofdstuk 5
Artikel 17.
Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies van meer dan € 15.000
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Dalfsen 2022