Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
Het horen van een belanghebbende kan achterwege worden gelaten als:
de vereiste spoed zich daartegen verzet
de belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en er zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
het college van burgemeester en wethouders het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid, of
de belanghebbende heeft aangegeven hiervan geen gebruik te willen maken.
Hoofdstuk 1
Artikel 3.
Horen van belanghebbende
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ.