Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 13

Persoonsgebonden budget beschermd wonen

Onderdeel van Besluit beschermd wonen en opvang gemeente Horst aan de Maas 2022

13.1. Indien de cliënt kiest voor een pgb, dan moet de cliënt en eventueel zijn vertegenwoordiger een plan opstellen. In dit plan moet het volgende worden uitgewerkt: op welke wijze de inzet van een pgb aantoonbaar leidt tot stabilisatie, dan wel herstel en een toename van de zelfredzaamheid en participatie voor de cliënt; op welke wijze een pgb leidt tot het bereiken van de voor cliënt gewenste doelen en resultaten; welke vorm van ondersteuning hierbij passend is; welke aanbieder de ondersteuning gaat leveren; op welke wijze het budget besteed gaat worden; en hoe de cliënt, op eigen kracht of met zijn vertegenwoordiger, de bij een pgb behorende taken en verplichtingen uit kan voeren zoals bedoeld in artikel 2.3.6, lid 2 onder a Wmo 2015. 13.2. Het college beoordeelt of het plan zoals bedoeld in lid 13.1 leidt tot het behalen van de doelen uit het Leefzorgplan van de cliënt. 13.3. Bij de beoordeling van de kwaliteit van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb, wordt uitgegaan van de kwaliteitseisen aanbieders beschermd wonen. Dit is nader uitgewerkt in bijlage 3. 13.4. Het college kent geen pgb toe als: er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie; aan de cliënt eerder een pgb is verleend en de cliënt zich niet gehouden heeft aan de bij de verlening van dat eerdere pgb gemaakte afspraken. 13.5. De aanbieder die de ondersteuning levert vanuit het pgb, kan nooit het budget beheren van de cliënt aan wie hij de ondersteuning verleent. 13.6. Om een pgb te beheren moet de budgethouder pgb-vaardig zijn. De bekwaamheid van de budgethouder wordt door de gemeente getoetst volgens de 10-punten pgb-vaardigheden van het ministerie van VWS. De budgethouder moet voldoen aan onderstaande lijst met 10 punten: De budgethouder overziet de eigen situatie, dan wel die van de zorgvrager en heeft een duidelijk beeld van de zorgvraag; De budgethouder is op de hoogte van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of weet die zelf bij de desbetreffende instanties te vinden; De budgethouder is in staat om een overzichtelijke pgb-administratie bij de houden, waardoor er inzicht is in de bestedingen van het pgb; De budgethouder is voldoende vaardig om te communiceren met de gemeente, zorgverzekeraar of het zorgkantoor, de SVB en zorgverleners; De budgethouder is in staat om zelfstandig te handelen en onafhankelijk een zorgverlener te kiezen; De budgethouder is in staat om afspraken te maken en vast te leggen, en om dit te verantwoorden aan de verstrekkers van het pgb; De budgethouder kan beoordelen en beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is; De budgethouder kan de inzet van zorgverleners coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte; De budgethouder is in staat om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen om aan te spreken op hun functioneren; De budgethouder heeft voldoende (juridische) kennis over het werk- of opdrachtgeverschap of weet deze kennis te vinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel