Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf

Artikel 2.5

Vergunning voor het plaatsen en houden van voorwerpen op of aan de weg

Onderdeel van Gemeente Middelburg - Algemene Plaatselijke Verordening Middelburg 2012.

1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de weg of een weggedeelte te gebruiken anders dan overeenkomstig de bestemming daarvan. 2.. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a.. Indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b.. Indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c.. In het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken. 3.. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2 eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 4.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a.. het uitsteken van vlaggen, wimpels en vlaggenstokken mits zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; b.. zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits: i. elk onderdeel zich meer dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt en; ii. elk onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op meer dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt; III. elk onderdeel minder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt; c.. voertuigen; d.. evenementen als bedoeld in artikel 2.13; e.. standplaatsen als bedoeld in artikel 5.14; f.. terrassen als bedoeld in artikel 2.17, vierde lid; g.. andere door het bevoegd bestuursorgaan aangewezen categorieën van gevallen. 5.. Het verbod geldt tevens niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, tenzij deze door hun omvang of vorm, constructie of bevestiging schade toebrengen aan de weg, gevaar kunnen opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kunnen vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. 6.. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van het bepaalde in dit artikel. 7.. Het bevoegd bestuursorgaan kan categorieën van gevallen aanwijzen waarvoor in afwijking van het eerste lid een meldingsplicht geldt. 8.. Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wet milieubeheer of de Wegenverordening Zeeland. 9.. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel