**1..** Doelgroep: dit traject richt zich op het product hulp in het huishouden. Hulp in huishouden wordt het meest ingezet bij de cliënt met ouderdom gerelateerde klachten (traject 2B) maar kan ook bij cliënten met andere beperkingen en/of in combinatie met andere trajecten worden ingezet. Hulp in huishouden is vaak het eerste product vanuit de Wmo dat ingezet wordt en de eerste vorm van ondersteuning achter de voordeur.
**2..** Resultaten:
Schoon en leefbaar huis;
Was verzorging;
Aanleren van huishoudelijke taken;
Signaleren van veranderingen die invloed hebben op de zelfredzaamheid en hier actie op ondernemen passend bij de verandering.
**3..** Uitgangspunten:
Definitie van deze doelstelling: een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen:
Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen;
Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen;
De afbakening van de ruimtes waarop de voorziening betrekking heeft: de cliënt moet gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapvertrekken, de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap;
Afbakening van activiteiten die niet onder de voorziening vallen: het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maken geen onderdeel uit van ‘hulp in het huishouden’;
Er wordt uitgegaan van de doelstellingen ‘schoon en leefbaar huis’ en ‘wasverzorging’. De doelstellingen ‘boodschappen en regie/organisatie’ zijn geen ondersteuningsvormen die onderdeel uitmaken van de voorziening hulp in het huishouden;
Het nemen van een huisdier betreft een eigen keuze. Hiervoor wordt geen extra ondersteuning afgegeven.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 13.
Traject 3A: hulp in het huishouden
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Horst aan de Maas 2022