Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4

Artikel 20.

Sportvoorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Horst aan de Maas 2022

1.. Wanneer het voor de cliënt zonder sporthulpmiddel niet mogelijk is om een sport te beoefenen en de kosten hiervoor aanzienlijk hoger zijn dan de gebruikelijke kosten die een persoon zonder beperkingen heeft voor dezelfde (of een vergelijkbare) sport, kan een sportvoorziening worden verstrekt. 2.. De aanvrager moet aantonen dat er sprake is van een actieve sportbeoefening. 3.. De sportvoorziening wordt maximaal 1 keer per 7 jaar uitgegeven. 4.. Van belang is of de cliënt de voorziening nodig heeft voor een ‘aanvaardbare mate’ van participatie. 5.. Als een sportvoorziening een puur therapeutisch doel dient, dan geldt op grond van de Wmo geen compensatieplicht. 6.. Als voorliggende voorzieningen gelden fondsen. Voorbeeld: Fonds gehandicaptensport.

Rechtspraak bij dit artikel