De wettelijke basis van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) is vooralsnog vastgelegd in drie wetten.
De taken en verplichtingen die de gemeente op het gebied van riolering heeft, zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (artikel 10.33 Wm). Een van de verplichtingen uit de Wet milieubeheer betreft het opstellen van een gemeentelijk rioleringsplan. In dit GRP moet inzichtelijk zijn gemaakt welke voorzieningen op het gebied van riolering in beheer zijn, welke effecten deze voorzieningen op het milieu hebben en welke kosten met het beheer en onderhoud hiervan gemoeid zijn, rekening houdend met toekomstige vervanging en / of verbetering. In de Wet milieubeheer is ook de zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater vastgelegd.
De Waterwet is sinds 2009 in werking getreden en beschrijft het brede pakket aan zorgtaken van de gemeente. Vanuit de Waterwet heeft de gemeente een zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater
De wettelijke kaders rond de rioolheffing zijn vastgelegd in de Gemeentewet. Uitgangspunt hierbij is dat de totale rioolheffing nooit meer mag bedragen dan het bedrag dat nodig is voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater
Door verdere vereenvoudiging van het omgevingsrecht gaan bovenstaande wetten naar verwachting per 1 juli 2022 op in de Omgevingswet. Deze wetwijziging heeft als direct gevolg dat de planverplichting voor het GRP komt te vervallen. Zie verder paragraaf 2.1 voor het nieuwe rioleringsplan onder de Omgevingswet. Vooruitlopend op de vaststelling van de gemeentelijke omgevingsvisie kiezen we ervoor het GRP op te stellen in de vorm van een Programma Water en Riolering (PWR).
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Aanleiding en doelstelling
Onderdeel van Programma Water en Riolering Meierijstad