Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

We verwerken het afvalwater in het stedelijk gebied op een doelmatige wijze

Onderdeel van Programma Water en Riolering Meierijstad

Binnen het centrum, woongebieden en bedrijventerreinen zijn alle percelen aangesloten op de riolering. Lozers dienen te voldoen aan de regels uit de lozingenbesluiten. Nieuwe riolering leggen we aan volgens de geldende richtlijnen. We houden hierbij vast aan de voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater zoals opgenomen in artikel 10.29a Wm. Voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater Het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt Verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt Afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater Huishoudelijk afvalwater en daarmee vergelijkbaar afvalwater wordt ingezameld en naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) getransporteerd. (Mede door voortschrijdende technieken zou dat, met het oog op hergebruik, ook een decentrale zuivering kunnen zijn.) Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d. wordt hergebruikt (zo nodig na retentie of zuivering bij de bron) Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d (in de praktijk dus vooral hemelwater) wordt lokaal in het milieu teruggebracht (zo nodig na retentie of zuivering bij de bron) Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d wordt als stedelijk afvalwater ingezameld en naar een RWZI getransporteerd Dit betekent dat we voor nieuw te ontwikkelen gebieden binnen de bebouwde kom in principe kiezen voor een gescheiden rioolsysteem. Bij kleinschalige in- of uitbreidingen, waar in de bestaande situatie geen gescheiden systeem aanwezig is, mag de nieuwe verharding niet worden aangesloten op het gemengde stelsel. De perceeleigenaar moet het hemelwater op eigen perceel verwerken. Dit is opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad artikel 6.4, zie verder ook paragraaf 4.2 (inwoners en bedrijven nieuwbouw). Aansluiting op gemeentelijke rioleringsvoorzieningen geschiedt altijd door of in opdracht van de gemeente en is bij nieuwe aansluiting/aanleg altijd volledig voor kosten van de lozer. Dit geldt ook voor aansluiting buiten het stedelijk gebied. Wij hanteren als uitgangspunt dat onze rioolvoorzieningen robuust zijn. Wij passen alternatieve en/of nieuwe technieken (zoals nieuwe sanitatievormen ) pas toe wanneer deze zich voldoende in de praktijk hebben bewezen. Wij volgen onder andere hierbij de ontwikkelingen binnen de samenwerkingsverbanden De Meierij en As50+. Toetsing huidige situatie Alle percelen in het stedelijke gebied zijn aangesloten op de riolering. Bij nieuwbouw scheiden wij afvalwater en hemelwater bij de bron. Daarnaast heeft de hoeveelheid rioolvreemd water hierbij de aandacht. Veel rioolvreemd water leidt tot een niet doelmatige bedrijfsvoering van de riolering en afvoergemalen. Op basis van de resultaten van het nog af te ronden basisrioleringsplan (BRP ) bepalen we of hiervoor een DWAAS onderzoek noodzakelijk is. Strategie / maatregelen Geen specifieke maatregelen voorzien. We blijven inzetten op het scheiden van afvalwater en hemelwater door het afkoppelen van verhard oppervlak en werken dit uit in een gebiedsgerichte aanpak om kosten en vuilbelasting te minimaliseren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel