Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 9.3.3

Bepaling rioolheffing

Onderdeel van Programma Water en Riolering Meierijstad

Op basis van de uitgangspunten, totale lasten, inkomsten en stand van de voorziening BBV 44.2 zoals in de voorgaande paragrafen beschreven, is het effect op de rioolheffing bepaald voor de periode 2021 – 2080. Uitgangspunt hierbij is dat rioolheffing kostendekkend is. Het uitgaven patroon in voorliggend PWR is veel hoger is dan waarmee in het vorige GRP is gerekend. Dit heeft de volgende oorzaken Afkoppelen: in het vorige GRP was slechts beperkt afkoppelen meegenomen in de berekening, nu is gerekend met de volledige vervanging van het gemengde stelsel door een gescheiden stelsel Klimaatadaptatie: naast budget voor het afkoppelen in het openbaar gebied is ook budget opgenomen voor het stimuleren en realiseren van afkoppelen op particulier terrein Areaal: de afgelopen periode is meer inzicht verkregen in het totale areaal zowel qua kwaliteit als kwantiteit. Dit heeft geleid tot een bijstelling van de vervangingsplanningen Onderhoudsbudgetten: de afgelopen periode zijn de onderhoudsactiviteiten voor de gehele gemeente gelijkgetrokken en zijn de onderhoudsbudgetten bijgesteld op basis van ervaringscijfers en de nieuwe areaal gegevens Kosten onderzoek en planvorming: deze zijn ten opzichte van het vorige GRP naar beneden bijgesteld, met name omdat deze onvoldoende concreet waren. Alleen die onderzoeken waarvoor nu concrete invulling bekend is zijn opgenomen Personele middelen: zoals in paragraaf 9.2 beschreven is een reële inschatting gemaakt voor de benodigde personele middelen, waarbij rekening is gehouden met het in uitvoering brengen van een gebiedsgerichte aanpak in de programmakamer Inlopen op projectenplan: de afgelopen planperiode zijn relatief weinig projecten concreet in uitvoering gebracht. Voor deze projecten zijn in de programmakamer nieuwe integrale planningen opgesteld Dit hoger uitgavenpatroon zorgt ervoor dat het niet meer mogelijk is om alle investeringen in de toekomst direct af te blijven boeken. Deze investeringen moeten dan worden geactiveerd en gekapitaliseerd. Echter omdat de voorzieningen op dit moment toereikend genoeg zijn, is er geen stijging in de planperiode noodzakelijk en kunnen we doorgaan met het direct afboeken in de planperiode. Wij adviseren dan ook op dit moment geen stijging door te voeren, maar eerst de gebiedsgerichte aanpak nader uit te werken. Om de rioleringszorg ook in de toekomst betaalbaar te houden vraagt de gebiedsgerichte aanpak om een innovatieve invulling van de maatregelen die leiden tot slimmere en goedkopere oplossingen dan waarmee nu is gerekend (volledig gescheiden rioolstelsel). De resultaten van de gebiedsgerichte aanpak nemen we mee in de financiële actualisatie van het kostendekkingsplan in 2023 en bepalen we het effect hiervan op de kostendekkendheid van het tarief. Daarnaast beschouwen we ons tariefstelsel op nieuw op basis van de nieuwe modelverordening riool en waterzorgheffing en bepalen wij of aanpassing wenselijk is. In figuur 9.3 is het verloop van de inkomsten, lasten, saldo voorziening BBV 44.2 (linker as) en de rioolheffing (rechter as) over een periode van 60 jaar weergegeven. Hierbij is zoals reeds vermeld nog geen rekening gehouden met een indexering. De rioolheffing moet naast de voorgestelde stijging voor de toekomst nog worden geïndexeerd. In bijlage 9 zijn de totale resultaten van de heffingsberekening opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel