Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 11.

Bevoegdheden

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Heesch West

Aan het algemeen bestuur behoren toe de bevoegdheden die bij deze regeling worden overgedragen, tenzij bij Wet of in deze regeling anders is bepaald. Het algemeen bestuur kan bevoegdheden delegeren aan het dagelijks bestuur, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet, en met inachtneming van het bepaalde in artikel 33a van de Wet. Onverminderd het bepaalde in artikel 11, tweede lid van deze regeling kunnen de volgende bevoegdheden niet aan het dagelijks bestuur worden gedelegeerd: i. de vaststelling van een wijziging van de begroting; ii. de vaststelling van de (herziening van de) conceptbestemmingsplannen; iii. de vaststelling van de (herziening alsmede de afrekening van) conceptexploitatieplannen; iv. het vaststellen en actualiseren van de exploitatieopzet; v. het vaststellen en herzien van het beleidsplan als bedoeld in hoofdstuk 11 van de onderhavige regeling; vi. het vaststellen van een voorstel van een evaluatieplan, zoals bedoeld in artikel 40 van deze regeling; vii. het vaststellen van een voorstel tot wijziging van de regeling, zoals bedoeld in artikel 37, voor zover dat betrekking heeft op de onderdelen genoemd in artikel 37, derde lid, tweede volzin van deze regeling; viii. het vaststellen van een voorstel tot opheffing van de regeling, zoals bedoeld in artikel 38 respectievelijk 40 van deze regeling; ix. de besluiten genoemd in artikel 156, tweede lid sub b, f, g en h Gemeentewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel