1. Het college kan met oog op één of meer belangen uit het artikel 5:33b, tweede lid, het voertuigenplafond, in totaal of per voertuigcategorie, op- of afschalen.
a. Bij het opschalen van het voertuigenplafond betekent dit;
I. Vergunninghouders kunnen de mogelijkheid krijgen een aanvraag in te dienen om het aantal deelvoertuigen verbonden aan de vergunning op te schalen, tot het voertuigenplafond bereikt is;
II. Nieuwe aanbieders kunnen de mogelijkheid krijgen een vergunningaanvraag te doen, tot het voertuigenplafond bereikt is.
b. Bij het afschalen van het voertuigenplafond betekent dit;
I. Het aanvragen van een vergunning is pas weer mogelijk als een verleende vergunning verlopen of ingetrokken is en het voertuigenplafond niet al bereikt is.
2. Na vergunningverlening kan het college op aanvraag van de vergunninghouder het aantal deelvoertuigen verbonden aan de vergunning opschalen, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. Het voertuigenplafond is opgeschaald en daarmee het maximum aantal deelvoertuigen niet bereikt.
b. De vergunninghouder in de voorafgaande periode heeft gehandeld conform de vergunningsvoorschriften.
c. De vergunninghouder aantoont dat uitbreiding van het aantal deelvoertuigen realiseerbaar is binnen deze Nadere regels en de vergunningvoorschriften.
3. Als meerdere vergunninghouders in aanmerking komen voor het opschalen van het aantal deelvoertuigen verbonden aan de vergunning en daarmee het voertuigenplafond wordt bereikt of overschreden, dan wordt het resterende aantal deelvoertuigen naar rato verdeeld over de vergunninghouders.
Artikel 4
Opschalen of afschalen van het voertuigenplafond
Onderdeel van Nadere regels deelvoertuigen Alphen aan den Rijn