Het beleidsterrein onderwijs kent de volgende structurele subsidieregelingen:
beleidsregel Kindcentra Goirle;
beleidsregel vroegschoolse educatie (VVE);
Subsidie-/uitvoeringsregeling gemeentetoeslag voor peuteropvang.
3.3.1 Uitvoeringssubsidie kindcentra Goirle
Vanuit het belang van een optimale ontwikkeling van kinderen - de burger van de toekomst - is het bestaan en in stand houden van kindcentra belangrijk. In de kindcentra wordt gewerkt voor alle kinderen (en hun ouders) van nul tot en met twaalf jaar via één pedagogische en educatieve visie. Doorlopende ontwikkelingslijnen, dag arrangementen en kind nabije zorg zijn inherent aan deze voorziening. Kinderen worden in staat gesteld om hun talenten optimaal te ontwikkelen.
In het kindcentrum nemen kinderopvang, peuteropvang en onderwijs op gelijkwaardige basis deel aan de organisatie. Het gemeentebestuur onderkent de betekenis van deze voorziening en stelt hiervoor middelen beschikbaar.
Om deze middelen beschikbaar te hebben, kan door het bestuur van de Stichting Kindcentra Goirle een subsidie worden aangevraagd.
Doelstellingen
Voor de beleidsregel subsidie kindcentra zijn de volgende doelen uit Back to Basics 2.0 [B2B 2.0] van toepassing:
Hoofddoelstellingen:
Bevorderen van maatschappelijke participatie.
Vergroten van zelfredzaamheid.
Versterken van de kracht van de samenleving.
Algemene doelstellingen betreffende kindcentra zijn:
Jeugdigen groeien gezond en veilig op.
Jeugdigen (en jong volwassenen) kunnen zich optimaal ontplooien.
Versterking van de ontwikkelingskansen van kinderen (cognitief, sociaal, creatief, emotioneel, motorisch, taal, zintuigelijk en bewustzijn).
Bieden van een goede dagindeling voor de kinderen.
Verbeteren van de maatschappelijke toerusting en participatie van kinderen.
Versterken van de samenwerking tussen de betrokken partijen.
Verbeteren van de samenhang in het aanbod van de betrokken partijen.
Versterken van de ouderbetrokkenheid.
Bevorderen van de deskundigheid van de medewerkers.
Doelgroep
De uitvoeringssubsidie op grond van deze beleidsregel wordt verstrekt aan de Stichting Kindcentra Goirle (binnen de looptijd van B2B 2.0).
Subsidiecriteria
De voorgenomen activiteiten moeten naar het oordeel van het college bijdragen aan de hoofddoelstellingen en de algemene doelstellingen van B2B 2.0.
De Stichting Kindcentra Goirle is gevestigd in de gemeente Goirle.
De activiteiten worden uitgevoerd door ter zake deskundigen en worden waar nodig vakkundig ondersteund door het bestuur van de stichting, de directies van de in de kindcentra participerende organisaties en/of via de in deze organisaties werkzame professionals.
Subsidieplafond
Het subsidieplafond bedraagt voor 2022 € 47.200,00. Dit onder voorbehoud van vaststelling van de begroting door de gemeenteraad. Dit bedrag wordt niet geïndexeerd.
Berekening van de subsidie
Bovenstaand subsidieplafond is de maximaal beschikbare subsidie. Voor de uitvoeringssubsidie kan het bestuur van de Stichting Kindcentra Goirle het hiervoor onder ad d genoemde bedrag ontvangen.
Verdeling van het subsidieplafond
Dit bedrag staat uitsluitend ter beschikking van de Stichting Kindcentra Goirle.
Aanvraag en verantwoording
Het bestuur van de Stichting Kindcentra Goirle dient jaarlijks vóór 1 mei een aanvraag in voor het volgend subsidiejaar. Deze aanvraag wordt ingediend via een vastgesteld aanvraagformulier. Daarnaast levert het bestuur jaarlijks na afloop van het subsidiejaar vóór 1 mei een verantwoording in, in de vorm van een inhoudelijk verslag en een financieel jaaroverzicht van de gemaakte kosten en baten. Indien er sprake is van een positief saldo mag dit bedrag door het stichtingsbestuur worden aangewend voor de algemene reserve met een maximum als bepaald in de ASV 2017. Tevens wordt jaarlijks een voortgangsgesprek uitgevoerd.
Geldigheidsduur beleidsregel
Deze beleidsregel geldt voor 2022. Het subsidieplafond wordt jaarlijks op basis van een begrotingsvoorbehoud vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Definitieve vaststelling van het subsidieplafond vindt jaarlijks plaats bij de vaststelling van de begroting door de gemeenteraad van Goirle.
3.3.2 Uitvoeringssubsidie Vroegschoolse Educatie
Vroegschoolse educatie is onderdeel van Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en richt zich op de ontwikkeling van zorgkinderen tussen de 4 en 6 jaar. Het doel van vroegschoolse educatie is het voorkomen, het vroegtijdig opsporen en het aanpakken van taal- en ontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen. De gemeente speelt daarbij een belangrijke rol en zorgt er in haar rol van regisseur voor dat de VVE-voorzieningen van voldoende kwaliteit zijn. Tussen de gemeente en de aanbieders worden (o.a.) afspraken gemaakt over de VVE-indicering, de toeleiding en de monitoring van de doelgroepkinderen.
De vroegschoolse educatie wordt uitgevoerd in de klassen 1 en 2 van de basisscholen 't Schrijverke en Kameleon. Deze basisscholen bieden een speciaal VVE programma aan dat gericht is op het verminderen van de ontwikkelingsachterstanden en het toenemen van de ontwikkelkansen van de doelgroepkinderen, met als einddoel een goede schoolloopbaan en maatschappelijke carrière. Het gemeentebestuur onderkent de betekenis van deze voorziening en stelt hiervoor middelen beschikbaar.
Doelstellingen
Voor de beleidsregel subsidie vroegschoolse educatie zijn de volgende doelen uit Back to Basics 2.0 [B2B 2.0] van toepassing:
Hoofddoelstellingen:
Bevorderen van maatschappelijke participatie.
Vergroten van zelfredzaamheid.
Versterken van de kracht van de samenleving.
Algemene doelstellingen betreffende vroegschoolse educatie zijn:
Jeugdigen groeien gezond en veilig op en kunnen zich optimaal ontplooien.
Jonge kinderen met een taal- of ontwikkelingsachterstand vroegtijdig signaleren en alle kansen bieden die achterstand in te halen.
Het stimuleren van de ontwikkeling van de doelgroepkinderen, zodanig dat hun kansen op een goede schoolloopbaan en een maatschappelijke carrière worden vergroot.
Het doen realiseren van een zo groot mogelijk bereik van de doelgroepkinderen (en hun ouders/verzorgers).
Het toeleiden van de bereikte doelgroepkinderen naar de vroegschoolse educatie.
Het monitoren van de ontwikkeling van de doelgroepkinderen.
Het zorgdragen voor deskundigheidsbevordering van de leerkrachten, onderwijsassistenten en interne begeleiders.
Doelgroep
De uitvoeringssubsidie op grond van deze beleidsregel wordt verstrekt aan het schoolbestuur dat een vroegschoolse VVE-voorziening in de gemeente Goirle in stand houdt, te weten de stichting Eduley.
Subsidiecriteria
De voorgenomen activiteiten moeten naar het oordeel van het college bijdragen aan de hoofddoelstellingen en de algemene doelstellingen van B2B 2.0.
De vroegschoolse VVE-voorzieningen zijn gevestigd in de gemeente Goirle.
Voor de uitvoering van de vroegschoolse VVE is het wettelijk kader leidend, in het bijzonder de Wet op het primair onderwijs (onderwijsachterstanden).
De uitvoerende organisaties werken volgens de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
De uitvoerende organisaties maken gebruik van een landelijk goedgekeurd VVE-programma dat aansluit op de gebruikte programma('s) in de peuter- en de kinderopvang.
De uitvoerende organisatie stelt een opleidingsplan vast dat in elk geval tot uitdrukking brengt op welke wijze de kennis en de vaardigheden van de beroepskracht belast met de vroegschoolse educatie met betrekking tot de volgende terreinen worden onderhouden en verder ontwikkeld:
het werken met programma's voor voor- en vroegschoolse educatie;
het stimuleren van de ontwikkeling van het jonge kind, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling;
het volgen van de ontwikkelingen van de kleuters en het periodiek voeren van overleg met de peuter- en de kinderopvang over de aansluiting - en waar nodig de aanpassing - van het aanbod van voor- en vroegschoolse educatie;
het betrekken van de ouders bij de ontwikkeling van de kinderen.
Subsidieplafond
Het subsidieplafond bedraagt € 42.200,00 ten behoeve van de stichting Eduley. Genoemde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd conform het percentage dat wordt vastgesteld bij de uitgangspunten voor de gemeentebegroting. Indien geen indexatie wordt toegepast, kan in overleg tussen de gemeente en de schoolbesturen bijstelling van de prestatieafspraken plaats vinden.
Berekening van de subsidie
Bovenstaand subsidieplafond is de maximaal beschikbare subsidie. Voor de uitvoeringssubsidie kan de stichting Eduley het hiervoor onder ad d genoemde bedrag ontvangen.
Verdeling van het subsidieplafond
Dit bedrag staat uitsluitend ter beschikking van stichting Eduley.
Aanvraag en verantwoording
Stichting Eduley dient jaarlijks vóór 1 mei een aanvraag in voor het volgend jaar. Deze aanvragen worden ingediend via een vastgesteld aanvraagformulier. Daarnaast leveren de besturen jaarlijks na afloop van het subsidiejaar vóór 1 mei een verantwoording in de vorm van een inhoudelijk verslag en een financieel jaaroverzicht van de gemaakte kosten en baten. In de inhoudelijke rapportage wordt ten minste aandacht besteed aan de volgende aspecten:
Per doelstelling: welke activiteiten zijn en worden nog uitgevoerd ter realisering van de geformuleerde hoofddoelstellingen en algemene doelstellingen?
Wat is of wat zijn de verwachte resultaten van de gepleegde inzet?
Welke doelgroep en hoeveel personen zijn en worden nog bereikt met de activiteiten?
Welke kosten heeft de uitvoering tot op heden met zich meegebracht en hoeveel kosten zullen er nog moeten worden gemaakt?
Op welke wijze is vorm gegeven aan de (eigen) kwaliteit van de vroegschoolse VVE-voorziening en op welke wijze wordt deze kwaliteit geborgd en verbeterd?
Welke ontwikkelingen / trends zijn zichtbaar die van invloed (kunnen) zijn op het beleid en de uitvoering?
Op welke wijze is aandacht (geweest) voor klanttevredenheid en wat zijn de uitkomsten hiervan?
Indien uit het financieel jaaroverzicht blijkt dat er sprake is van een positief saldo, mag dit bedrag door de schoolbesturen worden aangewend voor de algemene reserve met een maximum als bepaald in de ASV 2017. Tevens wordt jaarlijks een voortgangsgesprek uitgevoerd.
Geldigheidsduur beleidsregel
Scholen zijn verantwoordelijk voor het aanbod vroegschoolse educatie, over het resultaat van deze inzet maken we resultaatafspraken in de Lokale Educatie Agenda en de werkgroep VVE.
Dit geldt vanaf het nieuwe schooljaar 2022-2023, dat betekent dat de subsidie vroegschoolse educatie geldt vanaf 1 januari 2022 tot en met de zomervakantie 2022, zijnde 22 juli 2022. Daarna stopt deze subsidieregeling.
3.3.3 Subsidie-/uitvoeringsregeling gemeentetoeslag voor peuteropvang
Voorwaarden voor de gemeentetoeslag voor de ouders/de verzorgers
De ouders of de verzorgers van een peuter kunnen in aanmerking komen voor de gemeentetoeslag ter bekostiging van peuteropvang als:
de peuter woonachtig is in de gemeente Goirle;
de peuter tussen de 2 en de 4 jaar is bij de start op de peuteropvang;
de peuter maximaal 4 dagdelen in de week, met een maximale gemiddelde dagdeellengte van 5,5uur voor maximaal 40 weken per kalenderjaar de peuteropvang bezoekt;
de ouders of de verzorgers een overeenkomst hebben met een kinderopvangaanbieder die:
een vestigingslocatie heeft in de gemeente Goirle;
is opgenomen in het LRKP;
zij geen gebruik kunnen maken van de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst;
zij een aanvraagformulier invullen en jaarlijks een inkomensverklaring aanvragen en aan de kinderopvangorganisatie overleggen;
het door het college aan de kinderopvangorganisatie verstrekte budget toereikend is.
Procedurebepalingen voor de verstrekking van de gemeentetoeslag voor peuteropvang
Een aanvraag voor een gemeentetoeslag wordt door de ouders of de verzorgers bij de kinderopvangorganisatie ingediend op een door het college vastgesteld formulier.
In afwijking van artikel 6, lid 5, van de ASV kan een aanvraag gedurende het hele jaar worden ingediend.
De aanvraag wordt uiterlijk 8 weken na de start van de peuteropvang ingediend.
De kinderopvangorganisatie toetst of voldaan wordt aan de voorwaarden in artikel 2. De kinderopvangorganisatie besluit uiterlijk binnen 4 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Indien de aanvraag niet volledig is, stelt de kinderopvangorganisatie de aanvrager hiervan binnen 2 weken op de hoogte. De aanvrager heeft vervolgens 2 weken de tijd de ontbrekende gegevens aan te leveren.
Bij toekenning brengt de kinderopvangorganisatie de gemeentetoeslag maandelijks in mindering op de factuur voor de ouders of de verzorgers.
De gemeentetoeslag wordt stopgezet in de maand dat de peuter vier jaar wordt of als een tussentijdse wijziging, zoals omschreven in artikel 4, daartoe aanleiding geeft. Indien de peuter na het vierde levensjaar niet direct terecht kan op een basisschool, een speciale school voor basisonderwijs of een speciale school, kan een uitzondering worden gemaakt op het stopzetten van de gemeentetoeslag op de dag dat de peuter vier jaar wordt.
De kinderopvangorganisatie is bevoegd een beslissing te nemen over het al dan niet stopzetten van de gemeentetoeslag als bedoeld in lid 6 van dit artikel. Indien van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, dient de kinderopvangorganisatie de rechtmatigheid van deze beslissing aan te tonen via de verantwoording van de bestede middelen als bedoeld in artikel 6, lid 7.
Tussentijdse wijzigingen
De ouders of de verzorgers geven tussentijdse wijzigingen aan de kinderopvangorganisatie door op een door het college vastgesteld formulier.
Een tussentijdse wijziging betreft één of meerdere van de volgende onderwerpen:
de naam en de adresgegevens van de aanvrager;
de naam en het adres van de peuteropvang;
de wijziging van de peuteropvang aanbieder;
de wijziging naar andere en/of het aantal dagdelen;
de wijziging als gevolg van deelname van een volgend kind uit hetzelfde gezin aan de peuteropvang als waar de gemeentetoeslag al voor was berekend;
de wijziging van het inkomen van de aanvrager en/of diens partner op grond waarvan een andere inkomenscategorie van de tabel kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst als bedoeld in artikel 5, lid 2;
een wijziging omdat de aanvrager en/of diens partner een kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst ontvangt.
De kinderopvangorganisatie geeft tussentijdse wijziging van het tarief van de peuteropvang tijdig vóór de toepassing hiervan schriftelijk door aan de ouders of de verzorgers.
Tussentijdse wijzigingen zoals genoemd in lid 2, onder d, e, f en g en in lid 3 kunnen gevolgen hebben voor de al toegekende gemeentetoeslag.
Berekening van de gemeentetoeslag
De berekening van de gemeentetoeslag vindt plaats op basis van het volledig ingevuld formulier als bedoeld in artikel 3, lid 1.
De gemeentetoeslag wordt verleend voor maximaal 2 dagdelen in de week, met een maximale gemiddelde dagdeellengte van 5,5 uur voor maximaal 40 weken per kalenderjaar.
De kinderopvangorganisatie toetst het inkomen van de ouders of de verzorgers en berekent de hoogte van de gemeentetoeslag op basis van de tabel kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst (www.toeslagen.nl). Hierbij wordt het maximale uurtarief voor kinderopvang zoals bepaald door vermelde dienst aangehouden.
Als deze tabel als genoemd in het vorige lid voor het jaar waarvoor gemeentetoeslag moet worden berekend nog niet beschikbaar is, wordt de laatst uitgebrachte tabel gebruikt.
De kinderopvangorganisatie brengt de gemeentetoeslag maandelijks in mindering op de factuur voor de ouders of de verzorgers.
Aanvraag, toekenning en vaststelling
De kinderopvangorganisatie registreert in een door de gemeente aangeleverd format de volgende gegevens:
de naam en het BSN-nummer van het kind;
de startdatum van de peuteropvang;
de einddatum van de peuteropvang;
het door de kinderopvangorganisatie gehanteerde uurtarief;
het gezamenlijk toetsingsinkomen van het gezin op basis van de inkomenscategorie van de tabel kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst;
de hoogte van de ouderbijdrage op basis van de in artikel 5, lid 2 genoemde tabel;
de hoogte van de gemeentetoeslag.
De kinderopvangorganisatie geeft uiterlijk 1 oktober van het voorafgaande kalenderjaar aan het college een inschatting van de benodigde gemeentetoeslag.
De kinderopvangorganisatie stuurt uiterlijk 1 december van het voorafgaande kalenderjaar en uiterlijk 1 juni van het kalenderjaar een subsidieaanvraag naar het college voor respectievelijk de 1e helft van het opvolgende kalenderjaar en de 2e helft van het kalenderjaar. Gelijktijdig met de aanvraag voor de 2e helft van het kalenderjaar geeft de kinderopvangorganisatie inzage aan het college over de omvang waarin gebruik is gemaakt van de regeling in de 1e helft van het kalenderjaar.
De subsidie die aan de kinderopvangorganisatie voor deze perioden wordt toegekend, wordt bij wijze van voorschot verstrekt.
De subsidie voor de 2e helft van het kalenderjaar is toegekend, kan afwijken van de subsidie die voor de 1e helft van het kalenderjaar is verstrekt.
Als de verstrekte subsidie voor de 1e of de 2e helft van het kalenderjaar niet toereikend is, vindt overleg plaats tussen het college en de kinderopvangorganisatie.
Uiterlijk 1 mei na afloop van het kalenderjaar verstrekt de kinderopvangorganisatie een overzicht van de feitelijk toegekende gemeentetoeslag op basis van de registratie als genoemd in lid 1 van dit artikel. Aansluitend zal uiterlijk 1 juli de subsidie door het college worden vastgesteld met inachtneming van de verleende voorschotten.
De kinderopvangorganisatie is gehouden bij de registratie als bedoeld in lid 1 van dit artikel het bepaalde in Wet bescherming persoonsgegevens in acht te nemen.
Subsidieplafond
Het subsidieplafond wordt voor 2022 vastgesteld op € 87.289,00. Er wordt uitbetaald aan de peuteropvang, in Goirle gaat het dan om Humankind, De Avonturiers en Koningsbeer.
Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van deze subsidie-/uitvoeringsregeling als de toepassing hiervan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.