Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Stallingsovereenkomst

Onderdeel van Algemene voorwaarden gebruik openbare Fietsenstallingen

1.. Een overeenkomst als bedoeld in de aanhef van deze Algemene Voorwaarden wordt geacht tot stand te zijn gekomen door het enkele feit van het houderschap van een Stallingsbewijs dan wel door het enkele feit van het gebruik van de Fietsenstalling. Bij onenigheid over de vraag of er reeds gebruik wordt gemaakt van de Fietsenstalling, zal bepalend zijn het feit dat de Staller zich met de (Brom)Fiets op het tot de Fietsenstalling behorende terrein en/of ruimte bevindt. 2.. De prestatie waartoe de Beheerder zich verplicht, is het ter beschikking stellen van een willekeurige plaats aan de Staller in de Fietsenstalling. 3.. De tussen partijen tot stand gekomen Stallingsovereenkomst omvat geen bewaking.

Rechtspraak bij dit artikel