Naar hoofdinhoud

Artikel 7:

recht van retentie

Onderdeel van Algemene voorwaarden gebruik Openbare Parkeergarages

1.. De Gemeente is te allen tijde gerechtigd op het in de Parkeergarage geparkeerde Motorvoertuig het retentierecht uit te oefenen zolang niet al hetgeen de Parkeerder aan de Gemeente krachtens of in verband met deze overeenkomst verschuldigd is heeft voldaan. Indien Parkeerder, na daartoe in gebreke te zijn gesteld, langer dan tien dagen in gebreke blijft het aan de Gemeente verschuldigde te voldoen is de Gemeente gerechtigd het voertuig overeenkomstig de wettelijke bepalingen te verkopen. Op de opbrengst kan de Gemeente verhalen al hetgeen de Parkeerder aan de Gemeente verschuldigd is, met inbegrip van rente en kosten tot en met de dag van verhaal, waaronder ook begrepen de kosten ter zake de verkoop. Tijdens de periode van retentie kan de Gemeente het voertuig bewaren in de Parkeergarage; alsdan is Parkeerder over die periode Parkeergeld verschuldigd. De Gemeente kan, naar keuze, gedurende deze periode het voertuig ook voor rekening en risico van Parkeerder buiten de Parkeergarage brengen. 2.. Een ingebrekestelling als in het vorige lid bedoeld alsmede ook elke andere kennisgeving op grond van de Parkeerovereenkomst kan geschieden en hoeft ook slecht te geschieden aan het adres van degene die bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer staat ingeschreven als houder van het kenteken van het geparkeerde voertuig. 3.. Wanneer de kentekenhouder binnen 14 dagen na aanschrijving het Motorvoertuig niet heeft opgehaald en indien de kosten van bewaring de te vorderen kosten overstijgen, is de Gemeente gerechtigd het Motorvoertuig te verkopen of te vernietigen. De waarde van het Motorvoertuig zal door een beëdigd taxateur worden vastgesteld en in mindering worden gebracht op de vordering.

Rechtspraak bij dit artikel