In het onderzoek staat centraal wat de oorzaak achter de vraag is. Het uitgangspunt is om zo veel als mogelijk te normaliseren. Voor normaliseren geldt:
Kwetsbaarheid, problemen en ‘gedoe’ horen bij het leven. Jeugdhulp is bedoeld voor hulpvragen die de oorzaak hebben in gedrags- of opvoedproblematiek en die niet behoren tot de ontwikkelingsfase waarin de jeugdige zich bevindt. Kinderen opvoeden kost tijd en energie. Dat geldt voor alle kinderen en daarbij verschilt het per kind hoeveel tijd en energie dit is (zie ook paragraaf 3.3, gebruikelijke zorg).
Het is normaal dat kinderen soms lastig en afwijkend gedrag vertonen. Het uitgangspunt is om de kennis over opvoeden bij ouders te vergroten en hun te versterken in hun opvoedvaardigheden.
Er wordt rekening gehouden met de context. Dit betekent dat het systeem onderdeel is van de beoordeling van de hulpvraag en er naar de omgeving van de ouders en jeugdige wordt gekeken.
Er wordt rekening gehouden met de oorzaken van de problematiek. Zo wordt er naast het gedrag van het kind ook naar het gedrag van de ouders gekeken en hun aandeel in de problematiek van de jeugdige.
Als het gaat om de inzet van een individuele voorziening gelden de volgende uitgangspunten rondom normaliseren:
Ouders zijn zelf verantwoordelijk voor de aanvraag van voorzieningen die bijdragen aan een positieve ontwikkeling van kinderen. Dit geldt ook voor kinderen met een Jeugdhulpvraag.
De Jeugdwet is bedoeld om de ontwikkeling van kinderen te bevorderen waar deze in gevaar komt en niet voor de bevordering van de algemene ontwikkeling die elke jeugdige doormaakt.
De ontwikkelingsleeftijd van kinderen is verbonden aan bepaalde opgaven in de opvoeding. Er wordt een onderscheid gemaakt in ‘normale’ problemen die behoren bij de levensfase en ernstige problemen. In onderstaande tabel is voor veel voorkomende problemen het onderscheid aangegeven tussen wat ‘normale’ en ernstige problematiek is7Hoe herken je 'normale' en 'ernstige' opvoedproblemen? | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl). Dit schema laat zien dat er een groot aantal ‘normale’ problemen is waarvoor geen jeugdhulp nodig is. Bij ernstige problematiek kan waar nodig en waar de hulpvraag tot de Jeugdwet behoort, jeugdhulp worden ingezet.
Leeftijd
‘Normale’ problemen
Ernstige problemen
0-2
Voedingsproblemen
Eet- of slaapstoornis
Slaapproblemen
Reactieve hechtingsstoornis
Scheidingsangst
Huilbaby
Angst voor vreemden, donkerte en geluiden
2-4
Koppigheid
Scheidingsangst
Driftbuien
Fobische/sociale angststoornis
Agressie
Stoornis in taal, spraak, motoriek
Ongehoorzaamheid
Oppositionele gedragsstoornis jonge kind
Druk gedrag/overactiviteit
ADHD
Angst in samenhang met sekserol en identiteit
Gedragsstoornis
Niet zindelijk
Angst voor vreemden, donkerte en geluiden
5-12
Ruzies
Enuresis ((bed)plassen)
Concentratieproblemen
Stoornis in schoolvaardigheden
Laag prestatieniveau
Sociale terugtrekking
Schoolweigering
Persistente schoolweigering
Stelen of vandalisme als incident
Stoornissen in geslachtsidentiteit
Ritualistisch gedrag
Gedragsstoornissen of vroege delinquentie
Neurosen en somatoforme stoornis
12-19
Gebruik alcohol, drugs
Problemen door alcohol of drugs
Twijfels over identiteit en/of toekomst
Stoornis in identiteit
Problemen met uiterlijk
Anorexia en boulimia (nervosa)
Problemen met autoriteit
Suïcide
Incidenteel spijbelen
Problemen bij seksuele oriëntatie
Oppositionele gedragsstoornis puber
Gedragsstoornis in groepsverband
Delinquentie
Schooluitval