Een individuele voorziening is een op de jeugdige en/of zijn ouders toegesneden voorziening die door het college in natura of middels persoonsgebonden budget wordt verstrekt op basis van een besluit. In de verordening is in artikel 3.6 opgenomen welke criteria gelden voor de inzet van een individuele voorziening.
Op het moment dat er een individuele voorziening nodig is, moet worden bepaald welke voorziening ingezet wordt. In de memorie van toelichting op de Jeugdwet staat hierover het volgende:
De gemeente heeft hierbij de nodige beleidsvrijheid. Als eerste geldt zoals gezegd het uitgangspunt van de eigen kracht van jeugdige en zijn ouders: het college is alleen gehouden een voorziening te treffen als de jeugdige en zijn ouders er op eigen kracht niet uitkomen. Daarnaast is het de gemeente die beslist of en welke voorziening een jeugdige nodig heeft. Dit komt tot uitdrukking in de zinsnede ‘naar het oordeel van’ in artikel 2.3, eerste lid. De gemeente is ingevolge hetzelfde artikel gehouden om te zorgen voor een deskundige advisering over en beoordeling van de vraag of er een voorziening op het gebied van jeugdhulp nodig is en welke voorziening dit dan is. Dat neemt niet weg dat de gemeente een zelfstandige afweging kan maken over welke voorziening precies moet worden getroffen. Verder zal het beroep op deze voorzieningen naar verwachting geringer zijn naarmate de gemeente erin slaagt om de jeugdige en diens ouders in de preventieve sfeer te helpen.
Aansluitend op bovenstaande tekst uit de memorie van toelichting wordt de afweging gemaakt welke voorzieningen getroffen worden. Hierbij geldt dat:
De voorziening aansluit op de hulpvraag van de jeugdige/ouders; de inhoud staat voorop.
Er wordt gekozen voor de meest passende voorziening. Als er meerdere vergelijkbaar passende voorzieningen zijn wordt gekozen voor de goedkoopste van deze.
Bij de inzet van jeugdhulp door een jeugdhulpaanbieder is deze verantwoordelijk om te bepalen welke voorziening het best passend is. Indien gewenst wordt hierover overlegd met de lokale toegang.
3.8 18-/18+
Als het gelet op de hulpvraag van de jeugdige nodig is wordt in ieder geval vanaf 16,5 jaar, of zoveel eerder als mogelijk/nodig, gewerkt aan het toekomstperspectief van de jongvolwassene in de overgang naar 18 jaar. Dit gebeurt op basis van een gesprek waarbij de ‘big five’10Wonen, school en/of werk, inkomen/financiën , support (sociaal netwerk/ volwassenen om op terug te vallen) en welzijn. de uitgangspunten vormen en het eigen netwerk wordt geactiveerd. Er zijn drie situaties waarin jeugdhulp na de 18e verjaardag mogelijk is:
Jeugdigen in een pleeggezin of gezinsvervangende tehuizen tot maximaal 21 jaar, als de jeugdige hiermee instemt (ja, tenzij principe).
Bij jeugdhulp in het kader van een strafrechtelijke beslissing of jeugdreclassering, tot het einde van de maatregel.
Als voortzetting van de hulp die een jeugdige voor de 18e verjaardag ontving noodzakelijk is en er geen vergelijkbare hulp op basis van een andere wet kan worden verkregen.
De Jeugdwet biedt de mogelijkheid de jeugdhulp te verlengen tot maximaal 23 jaar. De eerste 2 mogelijkheden spreken voor zich. De derde mogelijkheid vraagt om een afwegingskader wat betreft de noodzakelijkheid.
Voor noodzakelijke verlengde jeugdhulp geldt dat:
De hulp ingezet moet zijn voor de 18e verjaardag of het moet voor de 18e verjaardag zijn bepaald dat de hulp ingezet moet worden. Daarbij geldt ook dat er sprake kan zijn van verlengde jeugdhulp indien er binnen een half jaar wordt geconstateerd dat hulp die voor de 18e verjaardag is beëindigd, toch nodig blijkt te zijn, en:
Verlengde jeugdhulp kan alleen van toepassing zijn als deze niet valt onder een andere wet (Wlz, Zvw, Wmo 2015 etc.).
(Individuele) begeleiding na de 18e verjaardag behoort tot de Wmo 2015, behalve:
Als het gaat om hulp die voor 2015 onder de Wet op de jeugdzorg viel, bijvoorbeeld pedagogische gezinsbegeleiding, opvoedondersteuning of vaardigheidstrainingen
Bij (individuele) begeleiding die samenvalt met verblijf vanuit de Jeugdwet.
Waar nodig wordt een warme overdracht gerealiseerd. Deze overdracht kan naar verschillende partijen plaatsvinden. Het kan hierbij gaan om een overdracht naar de Wmo (bijvoorbeeld begeleiding) of naar de Zvw (bijvoorbeeld persoonlijke verzorging of GGZ).
Een volledig schema van de wetgeving is opgenomen in bijlage 2 of is te vinden op pagina 9 van 20160613_handreiking_van_18_min_naar_18_plus_definitief.pdf (vng.nl)
Verlengde jeugdhulp kan worden ingezet door een verwijzer, door gemotiveerd aan te geven bij de Front Office van de gemeente Diemen (via jeugdwet@diemen.nl) dat dit noodzakelijk is.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.7
Diversiteit individuele voorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp Diemen 2022