Een belangrijk doel van de Jeugdwet is het voorkomen van problemen en vroegtijdige inzet van hulp en zorg om zo (zwaardere) vormen van jeugdhulp te voorkomen. Preventie richt zich op alle jeugdigen en ouders. Door tijdige ondersteuning aan jeugdigen en hun ouders is de verwachting dat zwaardere problematiek voorkomen kan worden.
Preventieve voorzieningen zijn laagdrempelig, vrij toegankelijk en kortdurend. Er zijn drie vormen van preventie; universeel, selectief en geïndiceerd. Voor de selectieve of geïndiceerde voorzieningen is soms een verwijzing nodig van bijvoorbeeld een Ouder en Kind coach.
Universele preventie richt zich op de hele bevolking en daarmee dus ook op mensen zonder risicofactoren of problemen. Het gaat om maatregelen die het normale leven en de positieve ontwikkeling van jeugdigen bevorderen. Hier vallen onder andere het onderwijs en de jeugdgezondheidszorg onder;
Selectieve preventie richt zich op bevolkingsgroepen met een verhoogd risico. Het gaat hierbij om vroeg signaleren en adviseren, vroeghulp en preventieve interventies als weerbaarheidstrainingen of KIES spel- en praatgroepen voor kinderen van gescheiden ouders;
Geïndiceerde preventie richt zich op individuen met een verhoogd risico en/of een (beginnend) probleem. Het gaat hier om preventieve interventies, eerstelijns ondersteuning en hulp. Voorbeelden zijn het programma Home-Start, waarbij getrainde vrijwilligers een gezin met een hulpvraag ondersteunen, en het mentoraatsprogramma School’s Cool voor kinderen die de overstap maken van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs.