SJSO wordt alleen ingezet als het gaat om een hulpvraag die onder de Jeugdwet valt. Voor SJSO gelden dezelfde (kwaliteits-)eisen als die aan de specialistische jeugdzorg wordt gesteld. De gesignaleerde problematiek bij de leerling moet daarnaast ook buiten het onderwijs spelen, anders is sprake van Passend Onderwijs. Voor SJSO gelden de volgende criteria:
De hulpvraag vindt plaats op het onderwijs en in de thuissituatie.
De hulpvraag behoort tot de Jeugdwet (en dus niet tot Passend Onderwijs, Zvw of Wlz).
De eigen kracht of algemene voorzieningen bieden geen volledige oplossing voor de hulpvraag. Er is dus een individuele voorziening nodig.
Als de school handelingsverlegen is dan kan SJSO ingezet worden voor hulpvragen die in eerste instantie behoren tot het domein van het passend onderwijs. Handelingsverlegen wil zeggen dat de school niet kan voldoen aan de ondersteuningsbehoefte van het kind op het gebied van passend onderwijs. Voorwaarden hiervoor zijn:
De ondersteuningsbehoefte moet met (leerling en) ouders zijn vastgesteld en opgenomen worden in het OPP.
De ondersteuningsbehoefte moet groter/meer zijn dan de school vanuit het School OndersteuningsProfiel (SOP) kan bieden.
Het gaat hier om een tijdelijke inzet omdat de school samen met het samenwerkingsverband verantwoordelijk is om een passende onderwijs plek voor de jeugdige te vinden.
Om SJSO rechtmatig in te zetten, moet de school een ontwikkelingsperspectief plan (OPP) hebben opgesteld.
Onder SJSO valt geen jeugdhulp met een hoge expertise, zoals verblijf, pleegzorg, crisis, dagbehandeling of kliniekopname.
Buitenschoolse activiteiten of naschoolse opvang zonder therapeutisch doel behoren niet tot het SJSO.