Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.4.1

Terugvordering

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp Diemen 2022

Een minimale basis voor terugvorderen is dat het eerder toegekende recht is ingetrokken of beëindigd (Jeugdwet 8.1.4 lid 1) omdat er onjuiste en/of onvolledige gegevens verstrekt zijn (waren de juiste gegevens verstrekt, dan was er geen of ander recht verstrekt). Omdat het Pgb wordt toegekend aan de budgethouder20De budgethouder is degene voor wie het Pgb bestemd is, dat is bij jeugdhulp vaak het kind. Omdat het kind jonger is dan 18 jaar, moet een vertegenwoordiger het Pgb beheren, de ‘Pgb-beheerder’. Dit is een ouder/verzorger of iemand anders, bijvoorbeeld een familielid., rusten alle rechten en plichten die aan het Pgb zijn verbonden op de budgethouder die daarmee dus verantwoordelijk en aansprakelijk is. De budgetbeheerder kan niet aansprakelijk worden gehouden. De oorzaak van de invordering van het Pgb kan bij de budgethouder zelf liggen. Gelet op de verantwoordelijkheid van de budgethouder voor het voldoen aan de eisen die zijn verbonden aan het ontvangen van het Pgb, ligt het in de rede dat er eerst wordt gekeken of hem een verwijt valt te maken. Voor verwijtbaar handelen geldt: Van verwijtbaar handelen is in ieder geval sprake als er sprake is van opzet. Dit is bijvoorbeeld het geval als er onjuiste gegevens verstrekt zijn en ook als de budgethouder de gemeente niet heeft geïnformeerd als de voorziening niet langer nodig is. Er is ook sprake van verwijtbaar handelen als er sprake is van nalatigheid. Er is dan geen opzet in het spel, maar ook in deze gevallen kan het Pgb worden teruggevorderd.

Rechtspraak bij dit artikel