Uittreding is behoudens bijzondere omstandigheden niet mogelijk in de eerste zes jaar na 1 januari 2022. Van bijzondere omstandigheden is slechts sprake als hierover tussen de colleges en de burgemeesters van de gemeenten overeenstemming bestaat.
Uittreding kan niet plaatsvinden zolang voor een van de taken bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, een wettelijke verplichting tot samenwerking bestaat, met uitzondering van de situatie waarin de deelnemende bestuursorganen voor die verplichte samenwerking reeds een ander samenwerkingsverband zijn aangegaan.
Indien een besluit tot uittreding, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen, geven de colleges van de gemeenten gezamenlijk een onafhankelijke registeraccountant opdracht om een uittredingssplan op te stellen.
Bij uittreding stelt het portefeuillehoudersoverleg Algemeen & Middelen de verplichtingen van de uittredende deelnemer vast. Daarbij geldt als richtsnoer dat de uittredende deelnemer aan de centrumregeling gedurende drie jaar te rekenen van de datum van uittreding (de realisering daarvan) af een bijdrage is verschuldigd, welke voor eerste jaar 100%, voor het tweede jaar 70%, voor het derde jaar 40% van de laatstelijk door de deelnemer verschuldigde jaarbijdrage kan belopen. Het portefeuillehoudersoverleg Algemeen en Middelen regelt voorts zonodig de overige gevolgen van een uittreding.
Het college van de centrumgemeente is belast met de uitvoering van het uittredingsplan, bedoeld in het derde lid.
Hoofdstuk 5
Artikel 22
Uittreding
Onderdeel van Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022