Het bedrag voor PGB wordt overgemaakt op rekening van de Sociale Verzekeringsband (SVB). De budgethouder geeft het te betalen bedrag (bon/factuur) door aan de SVB. Vervolgens verzorgt de SVB, na diverse controles, de betalingen aan de zorgverlener of zorginstelling. Zowel de budgethouder als de gemeente krijgt inzicht in de besteding van het PGB en ontvangen overzichten, waarin duidelijk wordt hoeveel van het PGB waaraan is besteed en wat er nog over is. Niet bestede bedragen worden teruggestort aan de gemeente. De volgende afspraken zijn gemaakt met de SVB:
Budget dat niet rechtstreeks aan zorg wordt uitgegeven, zoals administratiekosten, bemiddelingskosten, een eenmalige uitkering en een feestdagenuitkering niet uit het PGB te vergoeden.
Vergoeding van reiskosten aan de zorgverlener niet uit het PGB toe te staan.
Na einde PGB buiten schuld om van de budgethouder wordt maximaal één volledig maandsalaris uitbetaald (bij voldoende budget) ter compensatie van het verlies van inkomsten van de particuliere zorgverlener.
Mandaat aan de SVB te verstrekken om incidentele betalingen voor eenmalige verstrekkingen uit te voeren.
Voor zover het PGB valt onder het trekkingsrecht bij de Sociale Verzekeringsbank, zal de cliënt moeten voldoen aan de verplichtingen die aan dit trekkingsrecht zijn verbonden.
Het maandbudget wordt berekend op basis van het uurtarief maal het aantal uren per week, maal 52 weken, gedeeld door 12 maanden. Dit is het bedrag wat de pgb houder gemiddeld per maand ontvangt voor zorg/ondersteuning. Op basis van declaratie wordt er budget uitgekeerd. De gemeente moet maandbudgetten aanleveren bij de SVB. Een PGB gaat altijd in op de eerste dag van de maand en wordt niet met terugwerkende kracht toegekend. In urgente situaties kan hier van afgeweken worden.