Naar hoofdinhoud
De rekenkamer is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. De rekenkamer verantwoordt de baten en lasten van het vorig begrotingsjaar vóór 1 april in het jaarverslag aan de raad, als bedoeld in artikel 185, derde lid. De voorzitter doet jaarlijks vóór 1 juni een voorstel aan de raad voor de nodige middelen voor een goede uitoefening van de taken in het volgende begrotingsjaar. Als algemene richtlijn is er voor de Rekenkamer een bedrag van 1 Euro per inwoner als onderzoeksbudget beschikbaar. De gemeenteraad kan hier van afwijken. Overheveling van een resterend budget jaar X naar het jaar X+1 kan op minimale voorwaarde dat het dan ook in dat jaar X+1 wordt opgemaakt en is opgenomen in de financiële onderbouwing van het jaarplan X+1 dat vóór 1 oktober wordt voorgelegd aan de rekenkamercommissie in jaar X. Op die manier kan er gekozen worden om afwisselend per jaar een groter en een kleiner onderzoek op te nemen in de planning. De gemeenteraad beslist over het toe te kennen budget en aanvullende voorwaarden (zie 3).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel