**1..** De bevoegdheid tot het verwerken van verleende omgevingsvergunningen (art. 4.17 Omgevingswet) in afwijking van het omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders.
**2..** De bevoegdheid tot het wijzigen van omgevingsplannen voor alle aanvragen om wijziging die passen binnen de huidige wijzigingsbevoegdheden uit het vigerende bestemmingsplan Buitengebied en de algemene wijzigingsbevoegdheden uit het vigerende bestemmingsplan Bebouwde Kom te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders.
**3..** De bevoegdheid tot het verwerken van vastgesteld beleid in het nieuwe omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders indien bij vaststelling van het beleid akkoord is gegeven dat het college het betreffende beleid verder uitwerkt in het omgevingsplan.
**4..** De bevoegdheid tot het doorvoeren van wijzigingen van technische aard in het omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders.
**5..** De bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders.