Of voor een installatie een omgevingsvergunning nodig is (activiteit bouwen of afwijken van bestemmingsplan), wordt als uitgangspunt bepaald door de landelijke en lokale regelgeving, behoudens het bepaalde in lid 2 dat alleen betrekking heeft op airco’s bij woningen (buiten beschermd stadsgezicht en niet zijnde monument of beeldbepalend pand).
In geval van woningen (woongebouwen uitgesloten) is voor het plaatsen van een buitenunit voor een airco geen omgevingsvergunning nodig voor wat betreft de activiteit bouwen, indien sprake is van een van de volgende gevallen a t/m d. Er kan in deze gevallen nog wel sprake zijn van een vergunningsplicht vanwege het bestemmingsplan. Alle bouwwerken, ook omgevingsvergunningsvrije airco’s in de navolgende zin, dienen te voldoen aan de bij of krachtens het Bouwbesluit gegeven voorschriften, de Algemene Plaatselijke Verordening en de milieuregelgeving.
Aan de achtergevel van het hoofdgebouw van de woning, mits:
de oppervlakte van de grootste aanzichtzijde van de buiten-unit, maximaal 0,5 m2 bedraagt,
er in totaal maximaal 1 buiten-unit aan de gevels aanwezig zal zijn,
de unit maximaal 0,4 meter uitsteekt voor de gevel,
de afstand van de buiten-unit tot de perceelsgrens ten minste 1 m bedraagt,
de buiten-unit niet zichtbaar is vanaf de openbare ruimte.
Op een plat dak van het hoofdgebouw van de woning, mits:
de oppervlakte van de grootste aanzichtzijde van de buiten-unit, maximaal 0,5 m2 bedraagt,
er in totaal maximaal 1 buiten-unit op het dak aanwezig zal zijn,
de afstand van de buiten-unit tot de perceelsgrens ten minste 1 m bedraagt,
de afstand van de buiten-unit tot de dakrand ten minste 1 m bedraagt,
de buiten-unit niet zichtbaar is vanaf de openbare ruimte,
de buiten-unit niet wordt geplaatst op een dakkapel.
Op het zijerf van de woning, mits:
niet sprake is van een buiten-unit aan de zijgevel van het hoofdgebouw van de woning,
het gebouw niet ligt in een gebied met het bebouwingstype H1 of H2 volgens de welstandsnota 2012,
de oppervlakte van de grootste aanzichtzijde van de buiten-unit maximaal 0,5 m2 bedraagt,
de buiten-unit tenminste 3 meter is gesitueerd achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw van de woning (bij voorkeur zoveel mogelijk van de voorgevel af),
de afstand van de buiten-unit tot de perceelsgrens bedraagt ten minste 2 meter, indien het zijerf niet zijwaarts grenst aan de openbare ruimte;
de afstand van de buiten-unit tot de perceelsgrens en de openbare ruimte bedraagt ten minste 2,60 meter, indien het zijerf wel zijwaarts grenst aan de openbare ruimte,
de buiten-unit niet zichtbaar is vanaf de openbare ruimte, en daartoe zo nodig visueel is weggewerkt. Het ‘wegwerken’ dient bij voorkeur plaats te vinden door beplanting,
de buiten-unit niet wordt geplaatst op een schuin dak of op een dakkapel.
In het achtererfgebied van de woning, voor zover dat geen zijerf is, mits:
de oppervlakte van de grootste aanzichtzijde van de buiten-unit, maximaal 0,5 m2 bedraagt,
de afstand van de buiten-unit tot de perceelsgrens ten minste 1 m bedraagt, indien de unit op of nabij de grond aanwezig is en de bovenkant van de unit zich op een hoogte van maximaal 80 cm vanaf het aansluitende maaiveld bevindt,
in andere gevallen dan bedoeld in de vorige bepaling dient de afstand van de buiten-unit tot de perceelsgrens ten minste 2 m te bedragen en tot de openbare ruimte ten minste 2,60 m,
er maximaal 1 buiten-unit op of nabij de grond aanwezig zal zijn op het perceel,
de afstand van de buiten-unit tot dakranden ook ten minste 1 m bedraagt,
de buiten-unit niet zichtbaar is vanaf de openbare ruimte, en daartoe zo nodig visueel is weggewerkt. Het ‘wegwerken’ dient bij voorkeur plaats te vinden door beplanting,
de buiten-unit niet wordt geplaatst op een schuin dak of op een dakkapel.
Hoofdstuk 3.
Artikel 8
Over vergunningsplicht (voor de in deel B bedoelde gebouwen)
Onderdeel van Beleidsregels ventilatie- en luchtbehandelingsinstallaties in gemeente Geertruidenberg