In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Algemeen
APV: Algemene plaatselijke verordening gemeente Maashorst;
bevoegd bestuursorgaan: burgemeester of burgemeester en wethouders;
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maashorst;
openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;
weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan;
Waterafvoer
aansluiting: de verbinding tussen het particulier riool en het openbaar vuilwaterriool, inclusief eventuele bronneringen.
aansluitpunt: het punt waar het particulier riool en openbaar vuilwaterriool aan elkaar worden of zijn verbonden, inclusief eventuele tijdelijke verbindingen;
afvalwater: alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of voorwerpen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.
bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;
beheerder van het openbaar riool: het college;
vuilwaterriool: voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, in beheer bij de gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast.
particulier riool: de binnen de kadastrale eigendomsgrenzen van een perceel gelegen rioolstelsel tot aan het aansluitpunt;
Standplaatsen
standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Onder standplaats wordt niet verstaan een vaste plaats op een markt, jaarmarkt of evenement;
Markten
dagplaats: de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld, indien een vaste standplaats niet wordt ingenomen, dan wel niet als vaste standplaats is toegekend;
markt: een door het college ingestelde warenmarkt;
marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college;
standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;
standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel;
standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;
vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;
vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats;
Omgevingshinder
Geluid
collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;
gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer, met uitzondering van gebouwen behorende bij de desbetreffende inrichting;
gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer, met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting;
houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;
incidentele festiviteit: festiviteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;
inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 7.1.1 tot en met 7.1.3 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;
onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
sluitingstijd: 01.00 uur, dan wel de voor het desbetreffende horecabedrijf krachtens de APV voorgeschreven sluitingstijd;
Kamperen
Kampeermiddel: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Verstrooiing
Incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.
Erfgoed
archeologisch monument: terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen;
bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
bouwhistorisch onderzoek: op schrift gesteld onderzoek naar de (ver)bouwgeschiedenis, de bouwhistorische kwaliteit en de monumentale waarde van een onroerende zaak, waarbij in ieder geval wordt gekeken naar de constructies, de toegepaste materialen en interieurelementen en dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoet aan de landelijke Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek, uitgegeven door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed;
cultureel erfgoed: uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden;
cultuurgoed: roerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed;
cultuurhistorisch onderzoek: op schrift gestelde rapportage die is gericht op het vaststellen van een cultuurhistorische waarde, gebaseerd op aangetroffen sporen, objecten, patronen en structuren uit het verleden die wat zeggen over de ontwikkeling van de beschaving;
gemeentelijk erfgoedregister: lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening en de Erfgoedwet als beschermd monument aangewezen zaken of terreinen;
gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen en als zodanig is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister en als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
monument: onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed;
monumentencommissie: de commissie met als taak burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Erfgoedwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de verordening en het monumentenbeleid. Binnen de commissie zijn enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. Van de commissie maken geen deel uit leden van het gemeentebestuur;
selectiebesluit: een gemotiveerd besluit van burgemeester en wethouders tot het al dan niet behouden van een bepaalde archeologische vindplaats. Het besluit leidt tot het al dan niet, of onder voorwaarden, vrijgeven van een terrein of het nemen van archeologische maatregelen;
verzameling: cultuurgoederen die uit cultuurhistorisch of wetenschappelijk oogpunt bij elkaar horen.
waardestellend onderzoek: op schrift gestelde rapportage die is gericht op het toekennen van een waardering aan een bepaald gebied, op basis van de fysieke verschijningsvorm van dat gebied, waaronder begrepen de zeldzaamheid en gaafheid van de samenstellende onderdelen daarvan. De waarden van de verschillende onderdelen worden door middel van kleuren op (bouw)tekeningen inzichtelijk gemaakt.
Parkeerexcessen en stopverbod
handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;
Bodem
gebruiksoppervlakte: het totaal van de tussen omsluitende wanden gelegen vloeroppervlakten van in een bepaalde gebruiksfunctie gelegen ruimten;
hoogte van de weg: hoogte van de weg zoals die door of namens burgemeester en wethouders is vastgesteld;
NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm;
NVN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven voornorm.
straatpeil:
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
weg: elk voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande weg of pad daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, en de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.
Ondergrondse infrastructuur
aanvrager: de natuurlijke of rechtspersoon die aan de gemeente instemming, vergunning of toestemming verzoekt voor het leggen, hebben, onderhouden, verwijderen etc. van kabels en leidingen;
calamiteit: een incident met voor de omgeving mogelijk grote gevolgen, die niet zelfstandig kunnen worden afgewikkeld en waarbij gecoördineerde inzet van hulpverleningsorganisaties en diensten van verschillende disciplines is vereist om de gevolgen te beperken;
definitief herstel: het op vakkundige wijze terugbrengen van de verhardingsmaterialen in het oorspronkelijke verband;
degeneratiekosten: de kosten voor de gemeente door vermindering van de kwaliteit en/of duurzaamheid van de verharding of andere gemeente-eigendommen, veroorzaakt door de (graaf)werkzaamheden onder verhardingsconstructies of andere voorzieningen;
gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in de Belemmeringenwet Privaatrecht of de Telecommunicatiewet;
grondroerder: de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens verantwoordelijkheid of leiding de werkzaamheden worden verricht;
Handboek: het Handboek Kabels en Leidingen (Standaardbepalingen voor het opnemen van de sleufverharding, het graven, aanvullen en verdichten van sleuven en het leggen etc. van kabels en leidingen die in eigendom of beheer zijn bij de gemeente), zijnde door het college vast te stellen nadere regels betreffende de voorbereiding en uitvoering van ontwerp, aanleg, exploitatie, onderhoud en verwijdering van kabels en leidingen inclusief de toepasselijke indieningsvereisten;
huisaansluiting: het gedeelte van de kabel of leiding door openbare grond dat een netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt;
instemmingsbesluit: schriftelijk besluit van het college zoals bedoeld in artikel 5.4 van de Telecommunicatiewet;
kabel- en leidingentracé: de locatie waarvan de gemeente heeft bepaald waar kabels en/of leidingen kunnen worden gelegd;
kabels en leidingen: kabels en/of (buis)leidingen als onderdeel van een net(werk);
leggen van kabels en het aanbrengen, leggen, onderhouden, omleggen, vernieuwen, herstellen van leidingen en het verwijderen van kabels en leidingen en het verrichten van hierbij behorende werkzaamheden;
marktconforme kosten: kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt;
net (of netwerk): één of meer ondergrondse kabel(s) en/of leiding(en), daaronder mede begrepen lege buizen, kokerconstructies en voorzieningen, bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie, uitgezonderd het rioleringsnetwerk;
net voor transport van de openbare elektronische communicatienetwerken als bedoeld in artikel informatie: 1.1 onder h. van de Telecommunicatiewet;
netbeheerder: degene die als natuurlijk persoon handelend in de uitvoering van een beroep of een bedrijf dan wel als rechtspersoon een kabel- c.q. buisleidingennet beheert;
niet-openbare kabels: kabels en leidingen (dan wel het netwerk waartoe ze behoren) die niet worden gebruikt om openbare (voor het publiek beschikbare) diensten aan te bieden;
nutsbedrijf: bedrijf dat producten en diensten levert in het algemeen belang, en in het kader van deze verordening meer specifiek op het gebied van elektriciteits-, gas- en drinkwatervoorziening, waaronder ook begrepen eventuele warmte-koudevoorzieningen, en dat mede daartoe netten/netwerken beheert voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen of van energie;
opdrachtgever: de natuurlijke of rechtspersoon die opdracht geeft tot het uitvoeren van werkzaamheden;
openbare gronden: openbare wegen en wateren zoals bedoeld in artikel 1.1, onder aa, van de Telecommunicatiewet;
provisorisch herstel: het terugbrengen van de verhardingsmaterialen op een niet noodzakelijke vaktechnische wijze maar wel zodanig dat het functionele gebruik van de openbare gronden door het verkeer volledig is hersteld en geen gevaar ontstaat voor de weggebruikers;
spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in werkzaamheden: de dienstverlening, waarvan uitstel redelijkerwijs niet mogelijk is;
verleggingen: definitieve of tijdelijke maatregelen waaronder het verplaatsen van kabels en/of leidingen die noodzakelijk worden geacht voor het oprichten van gebouwen of het uitvoeren van werken door of vanwege de gemeente.
vergunning: vergunning, op schriftelijke aanvraag van een nutsbedrijf verleend door het college voor het verrichten van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in openbare gronden die door de gemeente beheerd worden;
voorzieningen: kabels en leidingen en de ondergrondse ondersteunings- en beschermingswerken, waaronder buizen, ten behoeve daarvan;
werkzaamheden: handmatige en mechanische werkzaamheden in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen;
werkzaamheden van werkzaamheden met en aaneengesloten te ontgraven lengte korter dan niet ingrijpende aard: vijfentwintig (25) meter, met geringe overlast c.q. belemmeringen voor de omgeving, waaronder het realiseren van incidentele huisaansluitingen, kabellassen, werkzaamheden in bestaande handholes, reparatie- of onderhoudswerkzaamheden, en waaronder niet verstaan wordt de plaatsing van onder- en bovengrondse kasten en handholes.