Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.7.

PGB voor hulpmiddelen en woningaanpassingen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning

De gemeente stelt de hoogte van het PGB voor hulpmiddelen en woningaanpassingen vast aan de hand van de gemeentelijke prijsafspraken of offertes. De hoogte van een PGB wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. Voor de hulpmiddelen wordt de offerte opgevraagd bij de leverancier waar de gemeente een contract mee heeft afgesloten. Bij aanvraag van een woonvoorziening mag vooraf gevraagd worden of men verhuisplannen heeft. Geeft iemand aan dat zeker niet van plan te zijn en men verhuist kort daarna (men stond al elders ingeschreven) dan is terugvordering mogelijk op basis van valselijk verstrekte gegevens (artikel 11 Verordening Sociaal Domein). Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven. Een inwoner die slim en voordelig inkoopt, mag het verschil tussen de prijs van zijn kale middel conform programma van eisen en het maximum bedrag wel aanwenden voor extra opties (die niet in programma van eisen staan), zolang ze tot het hulpmiddel te rekenen zijn. 5.7.1. PGB bij rolstoelen, losse woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen Wanneer de inwoner kiest voor een PGB krijgt hij na indicatie bij de beschikking een Programma van Eisen (PvE) waar de voorziening aan moet voldoen. De inwoner kan op basis van het PGB en dit PvE zelf het maatwerk aanschaffen. 5.7.2. PGB en Onderhoud Als er voor het maatwerk een PGB is verstrekt, zijn de kosten van keuring en onderhoud/reparatie in het PGB als instandhoudingkosten meegenomen. Zonder onderhoud wordt de economische afschrijvingstijd niet gehaald, dus wordt een onderhouds- en reparatiecontract van de inwoner met zijn leverancier (of onderhoudsbedrijf) verplicht gesteld. Deze vergoeding wordt gebaseerd op het bedrag dat de gemeente Meppel heeft afgesproken met de leverancier van de gemeente. Als deze bedragen niet zijn vastgelegd dan wordt er 7% van de aanschaf waarde berekend. Voor de elektrische rolstoel en scootmobiel geldt tevens de verplichting om minimaal een WA-verzekering af te sluiten. De tegemoetkoming is niet per definitie volledig kostendekkend. Voor de kosten van geringe en/of dagelijkse reparaties en voor reparaties van schade ten gevolge van grove schuld of opzet wordt geen vergoeding verstrekt. Het college raad PGB-klanten met een elektrische rolstoel of een scootmobiel tevens een verzekering tegen diefstal aan. Deze kosten zijn voor rekening van de inwoner en worden niet vergoed via de PGB. Bij diefstal of vandalisme of als geen onderhoud wordt uitgevoerd aan het hulpmiddel wordt binnen de termijn van het PGB geen nieuw hulpmiddel verstrekt. De inwoner krijgt van de gemeente jaarlijks een tegemoetkoming in de kosten voor onderhoud, service, reparatie en WA-verzekering. Deze tegemoetkoming wordt pas in het kalenderjaar na de aanschaf van het hulpmiddel verstrekt. Het eerste gebruiksjaar valt in de regel onder de garantieperiode van de leverancier. Indien de inwoner langer van het hulpmiddel gebruik wil maken dan de vermelde gebruiksduur (scootmobiel b.v. 7 jaar), dan kan dat. De gemeente blijft in dat geval na afloop van de gebruiksduur een jaarlijkse tegemoetkoming geven voor onderhoud, service en eventueel WA-verzekering. Na ontvangst van de beschikking heeft de inwoner 6 maanden de tijd om het hulpmiddel aan te schaffen. 5.7.3. Hulpmiddelen in bruikleen Hulpmiddelen/maatwerk worden verstrekt in bruikleen. Het hulpmiddel valt terug aan de gemeente als: de inwoner verhuist naar een andere gemeente; de inwoner overlijdt; als de indicatieperiode of geldigheidsduur is verstreken; als de inwoner aangeeft dat zijn situatie is veranderd en (de gemeente) vaststelt dat het maatwerk niet meer voldoet; de inwoner geen verantwoording aflegt; de inwoner zijn PGB laat omzetten in zorg in natura. 5.7.3.1. Verhuizing Bij verhuizing zal met de nieuwe gemeente worden onderhandeld over overname van het PGB voor onderhoud, service en eventueel verzekering. 5.7.3.2. Overlijden van de inwoner Bij overlijden kunnen de nabestaanden kiezen voor: teruggave van hulpmiddel aan de gemeente, zonder vergoeding vanuit gemeente voor eventuele bijbetaalde meerkosten. Hierbij moet het middel wel redelijkerwijs opnieuw inzetbaar zijn voor de gemeente; of zelf het middel verkopen / inruilen bij leverancier of via verkoop aan derden. Opbrengst minus de vastgestelde restwaarde van het standaardmiddel is voor de nabestaanden. Restwaarde dienen de nabestaanden aan gemeente terug te betalen. 5.7.3.3 Het maatwerk is niet meer adequaat Indien het maatwerk niet meer adequaat is vanwege voortschrijdende handicap en herindicatie noodzakelijk is, zijn er de volgende opties: teruggave van hulpmiddel aan de gemeente, zonder vergoeding vanuit gemeente voor eventuele bijbetaalde meerkosten. Hierbij moet het middel wel redelijkerwijs opnieuw inzetbaar zijn voor de gemeente; of zelf het middel verkopen / inruilen bij leverancier of via verkoop aan derden. Opbrengst minus de vastgestelde restwaarde van het standaardmiddel is voor de inwoner. Restwaarde dient de inwoner aan gemeente terug te betalen. 5.7.4. Bepaling restwaarde voorzieningen bij PGB Als de situatie wijzigt bijvoorbeeld bij overlijden, een verhuizing of een middel is niet meer adequaat, kan de gemeente de restwaarde berekenen. Lastig punt kan zijn dat de inwoner eventueel extra geld heeft bijgelegd naast het maximale PGB om zijn hulpmiddel aan te schaffen. Bij de restwaardebepaling gaan we uit van het destijds daadwerkelijk verstrekte aanschafdeel van het PGB aan de desbetreffende inwoner. De restwaarde wordt als volgt bepaald: afschrijvingstermijn – gebruiksjaren = jaren restwaarde, afgerond op hele jaren ten voordele van de inwoner. Restwaarde is het budget minus de gebruikte jaren.

Rechtspraak bij dit artikel