Naast het verschil in type laadpalen is er ook nog een verschil in soorten laadpalen. Laadpalen kunnen op verschillende vermogens elektriciteit leveren:
Reguliere laadpalen
Laadpalen met een vermogen tot 22 kilowatt (kW). Het opladen tot de maximale batterijcapaciteit duurt meerdere uren. Reguliere laadpunten kunnen individueel worden geplaatst, of geclusterd worden tot een laadplein.
Snelladers
Laadpalen met een vermogen van meer dan 22 kW. Hiermee kunnen elektrische voertuigen in kortere tijd worden opgeladen. Snelladen gebeurt op gelijkstroom en is volop in ontwikkeling. We onderscheiden drie subcategorieën:
Kortparkeerladen of semi-snelladen
Laadpalen met een vermogen tussen 22 en 125 kW. Onder andere bij supermarkten, hotels en vergaderlocaties worden deze steeds vaker geplaatst.
Ultrasnelladen voor personenvervoer
Laadpalen met een vermogen tussen 125 en 350 kW. Het grootste deel van de huidige beschikbare elektrische voertuigen is technisch geschikt om te laden met een snelheid van maximaal 50 kW. De nieuwere modellen en modellen in het hogere segment zijn geschikt voor de hogere vermogens. De laadvermogens tussen 125 kW en 350 kW worden vooral bij snellaadstations langs hoofdwegen geplaatst, bijvoorbeeld bij pompstations en wegrestaurants.
Ultrasnelladen voor openbaar vervoer en logistiek
Laadpalen met een vermogen hoger dan 350 kW, bijvoorbeeld een pantograaf. De laadpunten zijn geschikt om grote voertuigen zoals vrachtwagens en bussen in korte tijd te laden.
Snelladen is vaak duurder dan regulier laden. Snelladers zijn daarom vooral gewenst op plekken waar een korte verblijfsduur gepaard gaat met een grote laadbehoefte en men bereid is daar meer voor te betalen. Bijvoorbeeld langs een snelweg.