Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 13

Algemene regels rond het persoonsgebonden budget voor ondersteuning bij zelfstandig wonen, vervoer en bij zelfredzaamheid en participatie

Onderdeel van Beleidsregels Wmo gemeente Zwartewaterland 2022

1.. Het college verstrekt – conform artikelen 6.3.1 en 6.3.2 van de Verordening Sociaal Domein- op verzoek van de cliënt een pgb voor ondersteuning in de vorm van dienstverlening of in de vorm van een zaak, nadat het college heeft beoordeeld of de cliënt in het kader van het verstrekken van een pgb redelijkerwijs in staat is zijn belangen te behartigen en de verantwoordelijk voor het inkopen van diensten of zaken en het afsluiten van contracten kan dragen. Het college betrekt in het onderzoek (niet limitatief): een curatele, beschermingsbewind of mentorschap dat over de cliënt is uitgesproken; de besteding van een eerder aan cliënt verstrekt pgb; de financiële en eventuele schuldenpositie van de cliënt; de inhoud van het gesprek met de cliënt over het pgb; de aanwezigheid van een vertegenwoordiger of een persoon uit het sociale netwerk die de cliënt kan bijstaan. 2.. Verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien: op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget, dan wel als gevolg van zijn financiële situatie niet kan beschikken over (een deel van) het persoonsgebonden budget; er sprake is van een aantoonbare schuldenlast waarbij het vermoeden bestaat dat het persoonsgebonden budget zal worden aangewend voor de afwenteling van de schuldenlast. Er wordt dan geen persoonsgeboden budget toegekend, maar er zal een voorziening in natura worden verstrekt. voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. er sprake is van een algemene of overige (Jeugd; die in de wijk of in de gemeente Zwartewaterland aanwezig is, en die volledig toereikend is om passende ondersteuning te bieden aan de individuele aanvrager) voorziening. budgethouder niet een verklaring omtrent gedrag kan overleggen van degene die de zorg verleent 3.. Meerkosten zelf bijbetalen Het pgb kan worden geweigerd voor zover de kosten van het betrekken van de ondersteuning via een pgb hoger zijn dan de individuele voorziening (Jeugd) en/of maatwerkvoorziening (Wmo) in natura. Indien de wensen van de cliënt echter hoger zijn dan de kosten van een individuele voorziening /maatwerkvoorziening in natura kan de cliënt in dit geval zelf de aanvullende kosten bijleggen. 4.. De volgende zorgvormen / taken of betalingen zijn uitgesloten of niet toegestaan: Administratie De doorlopende administratiekosten die de pgb-houder bij derden heeft belegd komen niet voor betaling uit een pgb in aanmerking. De pgb-administratie doet een pgb-houder zelf of een vertegenwoordiger doet dit zonder hiervoor geld uit het pgb te ontvangen. Coördinatie Een cliënt komt in principe alleen in aanmerking voor een pgb als hij zelf (of een vertegenwoordiger) op verantwoorde wijze regie kan voeren. Coördinatie is om deze reden niet aan de orde, deze rol vervult de pgb-houder zelf of is belegd bij een vertegenwoordiger. Het is niet toegestaan om na het einde van een pgb , buiten de schuld om van de budgethouder, maximaal een volledig maandsalaris uit te keren aan de zorgverlener. De beëindiging van een dienstverband om een bepaalde reden wordt gezien als een zakelijk risico. Daar komt bij dat in schrijnende gevallen de hardheidsclausule toegepast worden kan. Het is niet toegestaan om van het pgb budget reiskosten te vergoeden van de zorgverlener. Reiskostenvergoeding behoort tot de secundaire arbeidsvoorwaarden en is principieel niet toerekenbaar aan de te verlenen zorg. Het is een houder van een pgb budget wel toegestaan om vanuit hun budget een feestdagenuitkering te betalen. De uitkering is eenmalig maximaal € 272,- per budget. Uitzonderingen op de uitsluitingen onder a of b zijn: wanneer geen passende natura voorziening beschikbaar is, en; niet door de gemeente gecontracteerd kan worden, en; de cliënt niet in staat is op verantwoorde wijze uitvoering te geven aan het pgb; Crisishulp / crisisopvang / spoedeisende zorg Wanneer in geval van crisis direct hulp moet worden verleend is er geen tijd om een persoonlijk ondersteuningsplan of gezinsplan op te stellen, de hoogte van het pgb te bepalen en een (arbeids-) overeenkomst te sluiten met een hulpverlener / organisatie. Bovendien moet deze hulp voldoen aan kwaliteitseisen. Voor crisishulp is het om deze redenen niet mogelijk een pgb te ontvangen. Voortgezette diagnostiek Aan de hand van diagnostiek wordt een persoonlijk ondersteuningsplan, begeleidingsplan of gezinsplan opgesteld en bepaald welke voorzieningen moeten worden ingezet. Diagnostiek moet voldoen aan specifieke kwaliteitseisen. Het ligt daarom niet voor de hand om deze zorgvorm via een pgb te verstrekken. Pleegzorg De opvang van een kind door een pleegouder, is uitgesloten van het pgb. Voor deze zorg kan namelijk een pleegzorgvergoeding worden ontvangen. Dit is een onkostenvergoeding die niet als inkomen wordt gezien en verschilt daarmee van het pgb. Via de organisatie die pleegzorg geborgd. Voor de zorg die een kind extra nodig heeft kan een (pleegzorg)ouder wel een pgb ontvangen. 5.. Met het Pgb dient de cliënt een kwalitatieve en effectieve zaak of dienst in te kopen. Het college beoordeelt de kwaliteit en effectiviteit aan de hand van de maatwerkvoorziening die zou zijn verstrekt en het plan van eisen of het plan van aanpak. Het persoonsgebonden budget wordt zo vastgesteld dat de aanvrager daarmee een voorziening kan kopen die gelijkwaardig is aan een voorziening in natura. Tenzij in dit Besluit anders is aangegeven, bedraagt het persoonsgebonden budget maximaal het bedrag dat het college aan de gecontracteerde leverancier betaalt voor de goedkoopst compenserende voorziening, inclusief onderhoud, keuring en reparatie en eventuele wettelijk verplichte verzekering. 6.. Het college bepaalt de hoogte van het Pgb voor een zaak of dienst op basis van het plan van eisen of het plan van aanpak en aan de hand van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst compenserende maatwerkvoorziening. De kostprijs wordt bepaald door: een aanbesteding; een consultatie in de markt; overleg met de aanbieder of leverancier; een of meer offertes die door de cliënt zijn opgevraagd. Het college kan de hoogte van het pgb voor een zaak baseren op beschikbare tweedehandse voorzieningen, waarbij rekening gehouden wordt met de kortere levensduur van een tweedehands voorziening. De cliënt kan een dienst of zaak inkopen die meer kost dan de goedkoopst compenserende voorziening en zelf het verschil tussen het pgb en de prijs van de door de cliënt gewenste voorziening betalen. 7.. Wanneer een goedkopere voorziening wordt aangeschaft, wordt het persoonsgebonden budget beperkt tot aankoopprijs van de gekochte voorziening; 8.. De uitbetaling van het pgb gebeurt op grond van het trekkingsrecht (artikel 2.6.2 van de wet) door de Sociale Verzekeringsbank, tenzij het een eenmalig uitbetaling betreft. Het college voldoet eenmalige uitbetalingen na ontvangst van de desbetreffende nota en zo veel mogelijk rechtstreeks aan de leverancier. 9.. Het college controleert de besteding van een pgb voor een zaak door de cliënt te verplichten na levering van de zaak de desbetreffende nota aan het college te overleggen. Het college kan zo nodig ter controle een huisbezoek afleggen. Een voorziening die de aanvrager met een persoonsgebonden budget heeft aangeschaft, moet worden ingeleverd bij- of terugbetaald aan de gemeente, als er tussentijds geen recht meer op bestaat. 10.. Het college voert de controle op de besteding van het pgb voor een dienst uit. Het college controleert hierbij in ieder geval of de dienst is geleverd door de persoon of de organisatie bij wie de dienst is ingekocht. 11.. De cliënt dient relevante bewijsstukken te bewaren die gebruikt zijn voor het onderzoek. De bewaartermijn is in ieder geval in ieder geval twee kalenderjaren. Het college kan deze bewijsstukken opvragen voor controle. Het college benoemd in de beschikking welke bewijsstukken dit betreft. 12.. Voor het PGB informele hulp zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in de “Memo PGB beleid”. Van belang hierbij is dat De afweging of er sprake is van informele hulp (bovenop mantelzorg en gebruikelijke hulp). Inzet kan middels een PGB-financiering. De inzet moet gemotiveerd worden aangegeven in het PGB-plan. Het tarief van € 15,88 per uur. Inzet plaatsvindt door iemand vanuit de sociale relatie. Er sprake is van adequate en passende scholing of certificering (kwaliteitseis) De budgethouder moet een keuze maken tussen de volgende 2 financieringsmogelijkheden: Een symbolische tegemoetkoming van maximaal € 141,-- per kalendermaand. De ontvanger moet dit opgeven in de inkomstenbelasting. Bij de SVB moet hiervoor een “Verklaring” worden ingediend. of Een maandelijks forfaitair bedrag. Dit is een onkostenvergoeding die uitbetaald wordt voor de volgende, door de hulp, gemaakte kosten: levensmiddelen, reiskosten, kleding en schoonmaakmiddelen. Hierbij gaan wij uit van één totaalbedrag en niet van een onderscheid naar kostensoort (per kostensoort bedraagt het bedrag dan € 0,--). Hiervoor moet een “Zorgovereenkomst” worden opgesteld en ingediend bij SVB.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel