Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 17

Begrippen in verband met ondersteuning bij zelfstandig wonen

Onderdeel van Beleidsregels Wmo gemeente Zwartewaterland 2022

1.. Niet-zelfstandige woonruimte: als niet-zelfstandige woonruimte gelden in ieder geval: hotel/pension; trekkerswoonwagen; klooster; tweede woning; niet permanent bewoonde vakantie- of recreatiewoning; gehuurde kamer Een kostganger heeft een niet zelfstandige woonruimte; Indien sprake is van woonlasten, dan is er wel sprake van een zelfstandige woonruimte. 2.. Noodzakelijke woonruimtes: als noodzakelijke woonruimtes gelden in ieder geval: Woonkamer; aanwezige en gebruikte slaapkamer(s); keuken; sanitaire ruimten; daadwerkelijk gebruikte berging. 3.. Gebruikelijke hulp (artikel 1.1.1 Wmo): het college past het begrip gebruikelijke hulp toe overeenkomstig begripsomschrijving (zie artikel 2 van de beleidsregels). Voor het vaststellen van de mogelijkheid van het bieden van niet-gebruikelijke hulp dienen de volgende stappen te worden gehanteerd: 1. Is de huisgenoot in staat om de noodzakelijke hulp te bieden; 2. Is de huisgenoot beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden; 3. Levert dit voor de huisgenoot die de noodzakelijke hulp biedt, geen overbelasting op; 4. Ontstaan er, door het verlenen van de noodzakelijke hulp door de huisgenoot, geen financiële problemen. Indien op grond van de specifieke omstandigheden van de aanvrager (waaronder persoonskenmerken en gezinssituatie) in één (of meerdere) van de stappen wordt geconstateerd dat de gebruikelijke hulp niet kan worden geleverd, is er sprake van een noodzaak voor hulp van buiten het huishouden zoals mantelzorg (vrijwilligers), zorg door personen in het sociale netwerk of professionele hulp. De hulp kan dan niet binnen de leefeenheid/ het huishouden worden opgelost.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel