Indien het ingetrokken of herziene besluit betrekking heeft op een in bruikleen verstrekte voorziening, kan de voorziening worden teruggevorderd.
Indien het besluit tot intrekken of herzien is genomen op grond van artikel 40 onder e tot en met h, dan kan het college de geldswaarde van de verstrekte voorziening of het pgb terugvorderen. De hoogte van de vordering is afhankelijk van de waarde van de verstrekking ten tijde van de genoemde gedragingen. Bijvoorbeeld: op het moment dat een bepaalde wijziging niet is doorgegeven waardoor de voorziening langer is verstrekt dan noodzakelijk, geldt de geldswaarde op het moment dat de voorziening niet meer nodig was.
Terugvordering en incidentele betalingen voor eenmalige verstrekkingen zijn een verantwoordelijkheid van de gemeente.