Burgers kunnen in een raadsvergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn, met uitzondering van:
het vragenuur, de mededelingen, de toezeggingenlijst en afdoeningslijst moties, de besluitenlijst en de lijst met ingekomen stukken; en
benoemingen, voordrachten of aanbevelingen van personen.
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit binnen 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de griffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering.
De inspreker voert voorafgaand aan de behandeling van het onder lid 1 genoemde onderwerp maximaal vijf minuten het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
De voorzitter of een raadslid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 13a.
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Reglement van orde gemeenteraad Peel en Maas 2022