Grondslag: artikel 2 tot en met 7 en 11 van de Verordening.
2.1 Ondersteuningsvraag
Wanneer een cliënt behoefte heeft aan ondersteuning kan hij of zij bij het Stadsteam Oudewater zijn vraag stellen. Soms blijkt na een korte vraagverkenning dat informatie en advies voldoende zijn voor de cliënt om het ondervonden probleem op te lossen. We gaan uit van iemands mogelijkheden in plaats van belemmeringen.
Als er behoefte is aan maatschappelijke ondersteuning beschrijft de cliënt zijn ondersteuningsvraag. De vraag wordt samen met het Stadsteam Oudewater verwerkt in het persoonlijk plan. Dit plan is het uitgangspunt voor en maakt onderdeel van het onderzoek
In artikel 2.3.3 Wmo 2015 is bepaald dat als een cliënt een melding doet, de gemeente binnen 6 weken onderzoekt wat de mogelijkheden van de inwoner zelf zijn. Tijdens de periode van het onderzoek bespreekt een consulent namens het college samen met de cliënt diens ondersteuningsbehoefte(n). Tijdens het gesprek is de situatie van de cliënt het uitgangspunt. Van belang is welke doelen de cliënt wil bereiken ter vergroting van de zelfredzaamheid, participatie etc. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de zelfredzaamheidsmatrix als instrument (bijlage 1). Indien de termijn wordt overschreden wordt door het Stadsteam Oudewater een vertragingsbericht gestuurd.
Het aanvragen van een medisch advies, een onderzoek naar een aanpassing voor een voorziening, een ergotherapeutisch onderzoek, het inmeten of een offerte opmaken door een bedrijf kan ook onderdeel uitmaken van het onderzoek.
Alle cliënten waarmee een gesprek wordt gevoerd, krijgen na het gesprek en het onderzoek van het college een ondersteuningsplan met daarin de uitkomsten van het onderzoek. Naar aanleiding van het ondertekende ondersteuningsplan kan een maatwerkvoorziening worden toegekend.
2.2 Cliëntondersteuning
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor onafhankelijke cliëntondersteuning aan alle inwoners. Cliëntondersteuning wordt in de Wmo 2015 geformuleerd als het bieden van informatie, advies en algemene ondersteuning, die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie. Wanneer een inwoner zich meldt met een hulpvraag (dus bij de 'toegang' tot ondersteuning), moet hij of zij gebruik kunnen maken van cliëntondersteuning bijvoorbeeld voor hulp bij het opstellen van het ondersteuningsplan. Hiervoor kan iemand uit het sociale netwerk (familie, vrienden) ingezet worden, maar het kan ook een professionele hulpverlener zijn. De cliëntondersteuning wordt geleverd door stichting MEE Utrecht, Gooi en Vechtstreek, en is voor de cliënt gratis.
2.3 Formele aanvraag
Als cliënt het ondersteuningsplan ondertekent en voorziet van naam, Burgerservicenummer (BSN), geboortedatum en een dagtekening, kan het ondersteuningsplan fungeren als aanvraagformulier voor een maatwerkvoorziening, ook als het een verandering is in de situatie. De datum waarop het ondersteuningsplan, of de aanvulling wordt ingediend, geldt als aanvraagdatum.
2.4 De beschikking
De cliënt ontvangt een beschikking op grond van het ondertekenende ondersteuningsplan of verslag binnen twee weken nadat de formele aanvraag is ingediend.
Indien deze termijn overschreden lijkt te worden, zal de cliënt binnen de in lid 1 genoemde twee weken schriftelijk geïnformeerd worden over een verlenging van deze termijn met maximaal 8 weken. Hierbij wordt zorgvuldig nagegaan of de termijnoverschrijding noodzakelijk is en indien nodig wordt een noodvoorziening getroffen. De cliënt mag niet benadeeld worden door de (nood)procedure.
In de beschikking staan: de aanvraagdatum, de beslissing, de motivering van de beslissing en informatie over de effectuering van het besluit.
Tegen deze beslissing zijn bezwaar en beroep volgens de Awb mogelijk. De cliënt moet van een eventuele verlenging van de afhandelingstermijn schriftelijk op de hoogte worden gesteld.
Bij het wel of niet toekennen van een maatwerkvoorziening is aandacht voor:
de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt;
de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp te voorzien in zijn behoefte;
de mogelijkheid om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn situatie;
de behoefte aan ondersteuning van de mantelzorger(s) van de cliënt;
de mogelijkheid om gebruik te maken van algemene en/of voorliggende voorzieningen;
welke eigen bijdrage voor de cliënt van toepassing is.