Naar hoofdinhoud
Grondslag: artikel 9 van de Verordening 4.1 Doel en voorwaarden om in aanmerking te komen voor een Pgb Een pgb is een geschikt instrument voor de cliënt om zijn leven naar eigen wensen en behoeften, en met eigen regie in te vullen. Het is een verstrekkingsvorm die bij uitstek geschikt is voor mensen die zelf de regie over hun leven kunnen voeren. Zoals uit de Wmo 2015 is af te leiden, is het belangrijk dat belanghebbenden vooraf goed weten wat het Pgb inhoudt en welke verantwoordelijkheden ze daarbij hebben. Ook is van belang dat tijdens het gesprek risico’s (als bijvoorbeeld schuldenproblematiek) en implicaties naar aanleiding hiervan worden afgewogen. De cliënt zal tijdens het gesprek, maar ook tijdens de aanvraagprocedure, goed worden geïnformeerd. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) verzorgt naast de administratie ook de voorlichting voor en ondersteuning aan budgethouders. 4.2 Bekwaamheid van de aanvrager Als er sprake is van een ernstig vermoeden dat de budgethouder problemen zal hebben met het omgaan met een pgb, kan het college een pgb weigeren. Om een pgb af te wijzen moet er enige feitelijke onderbouwing zijn op grond waarvan afgewezen kan worden. De onderbouwing van de afwijzing wordt in de beschikking vermeld. Situaties waarbij het risico groot is dat het pgb niet besteed wordt aan het daarvoor bestemde doel kunnen zijn: de cliënt is handelingsonbekwaam en kan geen ondersteuning inroepen vanuit zijn eigen netwerk; de cliënt heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie en kan geen ondersteuning inroepen vanuit zijn eigen netwerk; de cliënt is niet voldoende in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ten aanzien van de ondersteuningsvraag: een persoon moet duidelijk kunnen maken welke problemen hij heeft, hoe deze zijn ontstaan en bij welke ondersteuning hij gebaat zou zijn; de cliënt is niet goed op de hoogte van de rechten en plichten die horen bij het beheer; de cliënt is niet in staat om de opdrachtgeverstaak op zich te nemen: bijvoorbeeld het kiezen van de juiste zorgverlener, het aangaan van een zorgovereenkomst, het in de praktijk aansturen van de zorgverlener en het bijhouden van een correcte administratie. er sprake is van verslavingsproblematiek; er sprake is van schuldenproblematiek; er sprake is van het inzetten van professionele tussenpersonen bij het beheer en gebruik van het pgb. De budgetbeheerder is tegelijk zorgverlener. Bovenstaande opsomming is niet uitputtend. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een pgb niet gewenst is. 4.3 Eigen verantwoordelijkheden van de budgethouder De budgethouder is zelf verantwoordelijk voor: het inkopen van de individuele voorziening, hulpmiddel of dienst; het beoordelen van de kwaliteit van deze maatwerkvoorzieningen; het onderhoud, de reparaties en de verzekering van het hulpmiddel (hiervoor kunnen jaarlijks kosten tot een vastgesteld maximum bedrag worden gedeclareerd – zie artikel 8.8) Degene die ingeschakeld wordt voor het uitvoeren van Wmo 2015 “diensten” zoals hulp bij het huishouden of de begeleiding, is zelf verantwoordelijk voor het doorgeven van loongegevens aan de belastingdienst. 4.4 Beschikking pgb Als de cliënt kiest voor een pgb, wordt in de beschikking opgenomen: het budget waarmee de voorziening of dienst kan worden ingekocht; het feit of er een eigen bijdrage moet worden betaald; de periode waarvoor deze maatwerkvoorziening geldt of de termijn waarbinnen de voorziening aangeschaft dient te zijn; voor welk resultaat of doel het budget moet worden ingezet. De toekenning eindigt wanneer: de budgethouder verhuist naar een andere gemeente; de budgethouder overlijdt; de geldigheidsduur van de maatwerkvoorziening is verstreken; als de budgethouder aangeeft dat zijn situatie is veranderd en de gemeente vaststelt dat de voorziening of dienst niet meer voldoet; de budgethouder geen verantwoording aflegt; de budgethouder zijn pgb laat omzetten in ZIN (Zorg in Natura). De toekenning kan eindigen wanneer: de budgethouder wordt opgenomen in een Wlz –instelling en deze opname een permanent karakter heeft; de budgethouder langer dan twee maanden aaneengesloten is opgenomen in een instelling. 4.5 Trekkingsrecht In de Wmo 2015 is de verplichting opgenomen dat gemeenten het pgb uitbetalen in de vorm van een trekkingsrecht. Dit houdt in dat de gemeente het pgb niet op de bankrekening van de budgethouder stort, maar op de rekening van het servicecentrum pgb van de SVB(sociale verzekeringsbank). De budgethouder laat via declaraties of facturen aan de SVB weten hoeveel uren aan diensten zijn geleverd en de SVB zorgt vervolgens voor de uitbetaling van de zorgverlener. De niet bestede pgb bedragen worden door de SVB na afloop van de verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente. Eenmalige pgb’s worden rechtstreeks aan de aanvrager uitbetaald. De betaling vindt plaats nadat van het pgb de voorziening is aangeschaft en de nota c.q. het betalingsbewijs aan de gemeente is overgelegd. 4.6 Inzetten sociaal netwerk of mantelzorgers In het ondersteuningsplan kan de cliënt de wens uitspreken om zijn sociaal netwerk of mantelzorgers in te zetten. Tot het sociaal netwerk worden personen gerekend uit de huiselijke kring en andere personen met wie iemand een sociale relatie onderhoudt zoals familieleden die niet in hetzelfde huis wonen, buren, vrienden en kennissen. Mantelzorg is onbetaalde zorg voor zieke familieleden of vrienden. Het gaat bij mantelzorg om intensieve zorg voor langere tijd. Een mantelzorger zorgt langdurig en onbetaald voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis. Een mantelzorger is geen beroepsmatige zorgverlener, maar geeft zorg omdat hij of zij een persoonlijke band heeft met degene voor wie hij of zij zorgt. Voor de gezinsleden binnen hetzelfde huishouden als de cliënt gelden de regels rondom gebruikelijke zorg. Gebruikelijke zorg is hulp die verwacht wordt van huisgenoten, die ”normaal” wordt geacht in de relatie tussen huisgenoten en/of niet structureel meer is dan wanneer de huisgenoot geen beperking zou hebben. Voor zover sprake is van gebruikelijke zorg is er geen aanspraak te maken op een Wmo 2015 maatwerkvoorziening. Met ‘gebruikelijke zorg’ door jeugdigen worden de activiteiten bedoeld die 'gebruikelijk' door kinderen vanaf 12 jaar in een gezinssituatie worden gedaan. Te denken valt aan het inruimen van de afwasmachine, tafel dekken, een boodschap halen enz. In overeenstemming met de huidige Wmo 2015 praktijk gelden er strikte regels bij het leveren van diensten. Dit is tevens van toepassing voor wat betreft de kwaliteitseisen, deskundigheid en veiligheid rond de te leveren diensten. Wanneer er sprake is van zwaardere zorg (bijv. huishoudelijke hulp 2 of begeleiding midden of zwaar) is niet zonder meer vast te stellen of voor deze ondersteuning door een informele zorgverlener verstrekt kan worden. Dit moet in een gesprek over de individuele situatie en/of uit het ondersteuningsplan blijken. 4.7 Onderscheid professionele zorg en zorg geleverd door het sociale netwerk Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen professionele zorg en zorg geleverd door het sociale netwerk. Van professionele zorg is sprake als de zorg verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de cliënt: personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. Zorg geleverd door het sociale netwerk: hulp die geboden wordt door personen, al dan niet uit het sociale netwerk, die niet voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2; hulp die wordt geboden door personen die voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2, maar bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad zijn van cliënt. 4.8 Kwaliteitseisen De zorgaanbieder voldoet aan alle van toepassing zijnde en meest recente en vigerende (kwaliteit)eisen die voortvloeien uit wet- en regelgeving. De volgende kwaliteitseisen gelden voor alle professionele hulpaanbieders: verleent hulp die gericht is op het bereiken van het resultaat zoals omschreven is in de beschikking en het eventueel daaraan gehechte ondersteuningsplan; verleent verantwoorde hulp, waaronder wordt verstaan hulp van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de behoefte van de cliënt; de geleverde voorziening wordt afgestemd op de persoonlijke situatie van de cliënt en eventuele andere vormen van hulp/zorg in het gezin; de norm van verantwoorde hulp, inclusief de verplichting om geregistreerde professionals in te zetten; gebruik van een hulpverleningsplan of plan van aanpak als onderdeel van verantwoorde hulp; systematische kwaliteitsbewaking door de hulpaanbieder; verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor alle medewerkers van een hulpaanbieder; de verplichte meldcode huiselijk geweld; de meldplicht calamiteiten en geweld; verplichting om de vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen. Indien het pgb wordt ingezet om een persoon uit het sociale netwerk mee te betalen, dan zijn alleen de criteria, 1, 2, 3 en 9 van toepassing. Gemeente Oudewater heeft, naast de wettelijke kwaliteitseisen, de ruimte om in de voorwaarden bij contractuele overeenkomsten met zorgaanbieders, aanvullende eisen te stellen aan de kwaliteit van de professionele hulp. 4.9 Controle en verantwoording Het college is bevoegd om periodiek controles uit te voeren. Wanneer wordt besloten tot controle zal dit in eerste instantie een indicatieve steekproef zijn. Afhankelijk van de resultaten kan, eventueel op advies van of in overleg met de accountant, een representatieve steekproef worden uitgevoerd. Dit kan bijvoorbeeld: bij vermoeden van onjuist of onbedoeld gebruik van de verstrekte maatwerkvoorziening of het pgb. Naast de steekproef kan worden besloten om bij (een redelijk vermoeden van) onjuist, onbedoeld, onvolledig of geen gebruik de administratie van de desbetreffende budgethouder op te vragen en te controleren. om na te gaan of het verstrekte pgb besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is. De controle richt zich op de vraag of het pgb is besteed aan het doel waarvoor het bestemd is. Of het gehele pgb is besteed is daarbij van ondergeschikt belang. Het gaat er immers om dat het doel van het pgb is bereikt, namelijk compensatie van het participatieprobleem.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel