Naar hoofdinhoud
10.1 Collectief vervoer versus individueel vervoer Wanneer een cliënt problemen ervaart op het gebied van vervoer zal tijdens het onderzoek worden onderzocht wat de vervoersbehoefte is. Er wordt bekeken in hoeverre men zelf in de vervoersbehoefte kan voorzien. Te denken valt bijvoorbeeld aan; heeft de cliënt een auto of een brommer, kan de cliënt hulp inschakelen van het eigen netwerk of: kan de cliënt meerijden met de buurvrouw naar bijvoorbeeld de kaartclub. Daarnaast wordt beoordeeld of deze cliënt ook gebruik kan maken van een algemene voorziening zoals de vrijwilligersvervoersdienst. Tot slot kan bekeken worden of een collectieve of individuele voorziening noodzakelijk is. Om beperkingen en vervoersbehoefte inzichtelijk te maken onderscheiden we drie soorten afstanden: De korte afstanden; loop- en fietsafstand in de directe omgeving (bijvoorbeeld om een brief te posten, kinderen naar school te brengen of de dichtstbijzijnde winkels te bezoeken). De middellange afstanden; dat zijn de afstanden die een persoon zonder beperkingen per fiets, brommer, auto of openbaar vervoer aflegt binnen de regio (bijvoorbeeld naar een groter winkelcentrum, ziekenhuis of uitgaanscentra). De lange afstanden; naar bestemmingen buiten de regio. Uit jurisprudentie blijkt dat om te kunnen participeren de cliënt de mogelijkheid moet hebben om jaarlijks lokaal en regionaal tussen de 1.500 tot 2.500 km te kunnen reizen. Alle buiten regionale vervoersdoelen vallen buiten de reikwijdte van de Wmo 2015. Hiervoor is Valys door de wetgever aangewezen. Om Valys aan te vragen moet de cliënt kunnen aantonen dat hij een beschikking heeft voor één van de volgende voorzieningen: lokaal collectief vervoer, een rolstoel, scootmobiel of een NS begeleiderspas. Of een verklaring namens de gemeente dat, ondanks dat cliënt niet beschikt over een bovenstaande voorziening, er wel een noodzaak voor bovenregionaal vervoer bestaat. Wanneer een cliënt problemen ervaart op het gebied van vervoer die hij niet zelf of met hulp van zijn sociale omgeving kan oplossen wordt allereerst beoordeeld of een algemene of collectieve vervoersvoorziening een geschikte oplossing biedt, alvorens individuele voorzieningen worden overwogen. De vergoeding voor (individuele service-) taxiritten is gebaseerd op de eerder genoemde jurisprudentie waarin wordt gesteld dat de cliënt tussen de 1.500 tot 2.500 km moet kunnen reizen en waarbij in acht wordt genomen dat als de cliënt met het reguliere openbaar vervoer of de Regiotaxi had kunnen reizen, die ook kosten had gemaakt. Wanneer een cliënt aangewezen is op het gebruik van een rolstoeltaxi, welke doorgaans duurder is dan een gewone taxi, wordt de vergoeding hierop aangepast. 10.2 Tarieven (bruikleen) autokosten en (rolstoel) taxikosten Voorziening tarieven Maximaal 2.500 km op jaarbasis Maximumbedrag op jaarbasis Eigen auto/bruikleenauto € 0,19 per km € 475,- Kosten Canta of vergelijkbaar vervoersmiddel € 0,10 per km € 250,- Kosten taxi € 2,33 per km € 5.825,- Kosten rolstoeltaxi € 2,99 per km € 7.475, Voor zover de behoeften van echtgenoten/partners niet samenvallen, wordt niet meer dan anderhalf maal een enkele vergoeding toegekend. Voor zover de behoeften van meerdere gezinsleden niet samenvallen, wordt niet meer dan een vergoeding van 250% toegekend (voor 2 personen 150%, 3 personen 200% en 4 en meer personen 250%). De ingangsdatum van de financiële tegemoetkoming voor individueel vervoer start op de eerste van de maand volgend op de aanvraagdatum. 10.3 Regiotaxi De Regiotaxi is een collectief vervoerssysteem met (rolstoel)busjes en taxi’s dat vervoer van deur tot deur biedt voor mensen met een beperking. De cliënt kan een loophulpmiddel, rolstoel of scootmobiel meenemen in het Regiotaxi vervoer. Ook kan één medereiziger, tegen eenzelfde tarief, of een begeleider (gratis, mits medisch gezien noodzakelijk) meereizen. Bij medische begeleiding tijdens het reizen moet dit opgenomen worden in het ondersteuningsplan. De Regiotaxi is voorliggend op individuele vervoersvoorzieningen zoals een vergoeding voor gebruik van een taxi of de eigen auto. Volgens de huidige wet- en regelgeving kan de cliënt op twee manieren in aanmerking komen voor de collectieve vervoersvoorziening: als hij niet in staat is om 800 meter zelfstandig af te leggen, al dan niet met behulp van een loophulpmiddel; - en/of als hij geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer. Met de regiotaxi pas kan per enkele reis maximaal 25 kilometer worden gereisd tegen gereduceerd tarief (€0,25 per km). De vervoerskosten voor een begeleider, die meereist met de cliënt op grond van een medische indicatie voor begeleiding tijdens het vervoer, komen voor rekening van de gemeente. 10.4 Eenmalig pgb collectief vervoer Indien niet gekozen wordt voor het collectief vervoer via de door de gemeente gecontracteerde aanbieder wordt een eenmalig pgb collectief vervoer verstrekt. De hoogte van dit eenmalig pgb wordt gebaseerd op: de kilometerprijs van de gemeente gecontracteerde aanbieder minus de eigen bijdrage en; op basis van de aard van de beperking, de vervoersbehoefte en het gebruik van andere vervoersvoorzieningen, met een maximum omvang van 1500 km per jaar. Per kilometer wordt € 1,65 vergoed. Het eenmalig pgb collectief vervoer is daarmee maximaal € 2.475,- op jaarbasis. 10.5 Vervoer naar dagbesteding / begeleiding groep Bij een aanvraag voor begeleiding groep zal in het onderzoek betrokken worden of de cliënt in staat is om de locatie van de dagbesteding te bereiken. Wanneer een cliënt in staat is met het openbaar vervoer te reizen (eventueel na oefenen onder begeleiding) of met de fiets of een ander vervoersmiddel zelfstandig (of onder begeleiding van mantelzorg of vrijwilliger, indien beschikbaar) de dagbesteding kan bereiken dan is dat uiteraard voorliggend. Wanneer dit niet mogelijk is zal vervoer van en naar de dagbesteding worden geïndiceerd. 10.6 Vervoersmiddelen bij mobiliteitsproblemen Er is een breed scala aan toegankelijke vervoersmiddelen voor cliënt met een mobiliteitsprobleem. Een aantal veel gevraagde Wmo 2015 vervoermiddelen wordt hieronder nader uitgelicht. Aangepaste fietsen Er zijn fietsen zoals de driewielfiets en een duo-fiets die speciaal ontworpen en bestemd zijn voor mensen met een beperking en alleen bij gespecialiseerde bedrijven worden verkocht. Scootmobiel Een scootmobiel is bedoeld voor vervoer op de korte en middellange afstanden en kan worden gebruikt als aanvulling op het collectief vervoer. Een inwoner kan in aanmerking voor een scootmobiel als hij niet in staat is om 800 meter zelfstandig af te leggen, al dan niet met behulp van een loophulpmiddelen. Een deel van de scootmobielgebruikers maakt niet dagelijks, soms zelfs minder dan wekelijks of alleen in de zomermaanden gebruik van de scootmobiel. In verband met de kosten zal bij de beoordeling van het ondersteuningsplan de afweging gemaakt moeten worden of een toekenning noodzakelijk is. Gesloten gehandicaptenvoertuig Een gesloten gehandicaptenvoertuig is een overdekt voertuig dat niet harder dan 45 kilometer rijdt en waarvoor aparte (verkeers)regels gelden. De Canta is een bekend merk en wordt daarom ook wel als soortnaam gebruikt. De gesloten buitenwagen dient onderscheiden te worden van de brommobiel, die eveneens niet harder dan 45 kilometer rijdt, maar waarvoor geen aparte verkeersregels gelden. De brommobiel is niet specifiek voor mobiliteitsproblemen en wordt als algemeen gebruikelijk beschouwd. Een gesloten buitenwagen wordt door de cliënt vaak als gewenste oplossing voor het vervoersprobleem beschouwd maar is niet de goedkoopst adequate oplossing. Alleen als op basis van medisch advies is vastgesteld dat geen van de voorliggende voorzieningen voldoet aan de behoefte, wordt een gesloten buitenwagen overwogen. De aanvrager dient aan te tonen dat hij/zij beschikte over het vereiste rijbewijs. Auto-aanpassingen Als een cliënt zonder autoaanpassingen geen gebruik kan maken van zijn auto en het collectief vervoer niet voldoet, kunnen autoaanpassingen worden vergoed. Bij autoaanpassingen wordt beoordeeld of het specifiek voor mensen met een beperking bedoelde voorzieningen betreft die meer kosten dan gebruikelijke autoaanpassingen (dus geen stuurbekrachtiging of cruise controle). Bij verstrekking van autoaanpassingen is het daarom redelijk om van de aanvrager te verlangen dat hij aantoont of de aan te passen auto de investering nog waard is (dus naar verwachting nog minimaal vijf jaar mee kan). De aanvrager dient aan te tonen dat hij/zij beschikte over het vereiste rijbewijs.

Rechtspraak bij dit artikel