Naar hoofdinhoud
1.. Het college en de burgemeester mandateren de uitvoering van de verordening aan het bestuur, de directieraad, de directeur Domein Sociaal en de afdelingshoofden Domein Sociaal van Meerinzicht, met de mogelijkheid van ondermandaat aan medewerkers van Meerinzicht. 2.. Onder uitvoering in de zin van het vorige lid wordt verstaan het nemen van besluiten alsmede de voorbereiding en uitvoering daarvan, inclusief besluitvorming over de overeenkomsten van geldlening, met uitzondering van: de bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als hiervoor bedoeld, alsmede tegen een beslissing als bedoeld in artikel 6:3 van de Awb; de bevoegdheid besluiten te nemen die eerst aan het college respectievelijk de raad van de gemeente moeten worden voorgelegd; de bevoegdheid tot het vaststellen van beleidsregels en algemeen verbindende voorschriften. 3.. Het in het eerste lid omschreven mandaat komt de gemandateerde slechts toe voor zover de uitoefening van de bevoegdheid behoort tot diens taak of functiegebied en met inachtneming van het navolgende: de gemandateerde kan uitsluitend gebruik maken van zijn mandaat voor het aangaan van financiële verplichtingen voor zover daarin is voorzien in de begroting en voor zover het desbetreffende budget toereikend is; de gemandateerde blijft bij de uitoefening van de aan hem gemandateerde bevoegdheid te allen tijde binnen de door bestuursorganen van de gemeente Harderwijk vastgestelde (financiële en beleids)kaders; de gemandateerde oefent de aan hem gemandateerde bevoegdheid uit met inachtneming van vigerende formele en materiële wet- en regelgeving; de gemandateerde oefent de aan hem gemandateerde bevoegdheid uit met inachtneming van schriftelijke of mondelinge aanwijzingen van de mandaatgever; de gemandateerde laat het besluit nemen door een in lijn hogere functionaris of door het college indien de gemandateerde belanghebbende is bij het besluit; de gemandateerde mag niet betrokken zijn bij de voorbereiding van dit besluit; de gemandateerde draagt er zorg voor dat, voordat een besluit wordt genomen, afstemming plaatsvindt met de portefeuillehouder, het college of de burgemeester, indien: het een aangelegenheid betreft waarover door de raad in een eerder stadium vragen aan het college of de burgemeester zijn gesteld; het bestuursorgaan of de portefeuillehouder dit kenbaar heeft gemaakt; bij een besluit meerdere organisatieonderdelen zijn betrokken, wier standpunt niet gelijkluidend is; het besluit en/of (rechts)handeling als politiek, bestuurlijk of anderszins gevoelig wordt aangemerkt of als dit te verwachten is; de aangelegenheid tot kritische berichtgeving in de media heeft geleid dan wel in verband met de aard van de aangelegenheid redelijkerwijs moet worden aangenomen dat dit zal gebeuren. 4.. Geen mandaat wordt verleend voor bevoegdheden waarvoor rechtens geen mandaat kan worden verleend of waarvan de aard en strekking zich tegen het verlenen van mandaat verzetten. 5.. De mandaatgever behoudt het recht om gemandateerde bevoegdheden zelf uit te oefenen. 6.. De mandaatgever kan door hem gemandateerde bevoegdheden geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel