Naar hoofdinhoud
1.. Voor subsidie komen in aanmerking de in de evenementenbegroting opgenomen: facilitaire kosten (onder meer podium, licht, geluid, toiletten, hekwerken); organisatiekosten, die maximaal 50% van de begroting voor sportevenementen en 30% van de begroting voor overige evenementen bedragen; kosten voor marketing en public relations; kosten voor infrastructurele- en verkeersmaatregelen; kosten voor veiligheid en beveiliging; programmakosten. 2.. De subsidie bedraagt: 50% van de subsidiabele kosten op de begroting voor zover het aangevraagde subsidiebedrag ten hoogste € 5.000,- bedraagt; 7,5% van de subsidiabele kosten op de begroting voor zover het aangevraagde subsidiebedrag ten minste € 5.000,- en ten hoogste € 10.000,- bedraagt; 6,25% van de subsidiabele kosten op de begroting voor zover het aangevraagde subsidiebedrag ten minste € 10.000,- bedraagt. 3.. Het op grond van het tweede lid, onderdelen b en c, berekende subsidiebedrag kan worden verhoogd met onderstaande percentages indien: de doelgroep: i.. stedelijk is, met 25 procent; ii.. regionaal is, met 50 procent; iii.. bovenregionaal is, met 75 procent; of iv.. nationaal is, met 100 procent; het evenement meer dan: i.. 10.000 bezoekers trekt, met 25 procent; ii. 50.000 bezoekers trekt, met 50 procent; iii.. 100.000 bezoekers trekt, met 75 procent; of bezoekers trekt, met 100 procent; het evenement meer dan: i.. € 100.000,- economische spin-off creëert, met 25 procent; ii.. € 500.000,- economische spin-off creëert, met 50 procent; iii.. € 750.000 economische spin-off creëert, met 75 procent; of iv.. € 1.000.000,- economische spin-off creëert, met 100 procent; waarbij het subsidiebedrag maximaal 100% van de subsidiabele kosten bedraagt. 4.. Het college kan het subsidiebedrag voor een off brand evenement waarvoor jaarlijks een subsidiebedrag hoger dan € 5.000,- wordt aangevraagd en waarbij het evenement hetzelfde is als de voorgaande drie jaren met 10% verlagen en daarna ieder jaar met 5%.

Rechtspraak bij dit artikel