Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2

Mondkapjesplicht publieke binnenruimten, onderwijsinstellingen en contactberoepen

Onderdeel van Handelingskader Tijdelijke wet maatregelen COVID-19, Rotterdam

Mondkapjesplicht in publieke binnenruimten Personen van dertien jaar en ouder dragen een mondkapje in publieke binnenruimten. Dit geldt niet voor: personen als bedoeld in artikel 6.6, eerste lid van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19; personen in door het college van burgemeester en wethouders aangewezen stemlokalen als bedoeld in artikel J 4 van de Kieswet of andere locaties die worden gebruikt ten behoeve van de uitvoering van een verkiezing als bedoeld in de Kieswet dan wel de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19. geplaceerde personen in een publieke binnenruimte, voor zover deze op veilige, voor zover deze op veilige afstand van elkaar een vaste zitplaats innemen, met uitzondering van personen in: het openbaar vervoer en ander bedrijfsmatig personenvervoer; een gebouw op een luchthaven; een station, halteplaats of andere bij het openbaar vervoer behorende voorziening en de daarbij behorende perrons, trappen, tunnels en liften. Mondkapjesplicht in onderwijsinstellingen Personen in een onderwijsinstelling of een andere binnenruimte die door een onderwijsinstelling voor onderwijsactiviteiten wordt gebruikt, dragen een mondkapje. Dit geldt niet: voor personen op een vaste zit- of staanplaats die deelnemen aan een onderwijsactiviteit in het primair of voortgezet onderwijs of een onderwijsactiviteit in het primair of voortgezet onderwijs verzorgen; indien het dragen van een mondkapje een belemmering vormt voor deelname aan dan wel verzorging van een onderwijsactiviteit; voor personen in een instelling voor primair onderwijs of een instelling voor voortgezet onderwijs, indien deze een vaste zit- of staanplaats innemen; voor personen in een instelling voor beroepsonderwijs of een instelling voor hoger onderwijs, indien deze op de veilige afstand van elkaar een vaste zit- of staanplaats innemen; voor personen die etenswaren of dranken nuttigen, indien zij een vaste zit- of staanplaats innemen. Van een belemmering als bedoeld onder b is in ieder geval sprake bij activiteiten met betrekking tot lichamelijke opvoeding, zang, toneel en dans. De mondkapjesplicht in onderwijsinstellingen geldt niet voor leerlingen van instellingen voor primair onderwijs. Mondkapjesplicht contactberoepen De beoefenaar van een contactberoep en de klant of patiënt aan wie diensten worden verleend, dragen beiden een mondkapje gedurende het contact. Dit geldt niet voor: personen tot en met twaalf jaar; sekswerkers en hun klanten; klanten en patiënten die een behandeling krijgen aan hun gezicht, voor zover het contactberoep niet op gepaste wijze uitgeoefend kan worden op het moment dat de klant een mondkapje draagt. Algemene uitzonderingen mondkapjesplicht: De mondkapjesplicht geldt niet voor: personen die vanwege een beperking of een ziekte geen mondkapje kunnen dragen. begeleiders van personen met een verstandelijke beperking, voor zover deze personen van het door begeleiders dragen van een mondkapje ernstig ontregeld raken; personen die spreken met iemand die vanwege een auditieve beperking moet kunnen spraakafzien. tijdens het beoefenen van sport, waaronder het zwemmen in een zwembad, voor zover het dragen van een mondkapje de beoefening van de sport belemmert; tijdens het verblijf in wellnesscentra en sauna’s, voor zover het dragen van een mondkapje het verblijf belemmert; tijdens het beoefenen van podiumkunsten en acteren, voor zover het dragen van een mondkapje de beoefening van de podiumkunsten of het acteren belemmert; tijdens het poseren voor beeldende kunst, voor zover het gaat om het op beeld vastleggen van personen; tijdens het deelnemen aan de opname van audiovisueel media-aanbod dat verzorgd wordt door aanbieders van mediadiensten, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008, voor zover het gaat om personen die in beeld of aan het woord komen. personen aan wie gevraagd wordt krachtens een wettelijke bepaling hun mondkapje af te zetten om zich te identificeren met een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, op het moment van identificatie. personen in zorglocaties. indien het dragen van een mondkapje de goede en veilige uitoefening van werkzaamheden in het kader van beroep of bedrijf onmogelijk maakt. Handhavingslijn naleving mondkapjesplicht: Aanwezigen leven het gebod op het dragen van een mondkapje na op basis van eigen verantwoordelijkheid. Zorgdragen voor de handhaving van de regels geschiedt in eerste instantie door de verantwoordelijke voor de plaats. De verantwoordelijke spreekt de aanwezigen aan op het dragen van een mondkapje; Enkel bij excessen zal de toezichthouder ter plaatse worden gevraagd. Primair zal de toezichthouder de overtreder uit de plaats verwijderen en in het uiterste geval wordt proces-verbaal opgemaakt o.g.v. artikel 68bis, eerste lid, onder b Wpg met een boete van de eerste categorie. Indien het in specifieke gevallen wenselijk is om de organisator of verantwoordelijke voor de plaats aan te spreken, dan is dat mogelijk op grond van de zorgplicht. De handhavingslijn hiervoor is als volgt: Ondernemers leven de zorgplicht na op basis van eigen verantwoordelijkheid en handhaving van de regels geschiedt in eerste instantie door de ondernemer (high trust, high penalty); Bij niet naleving van de zorgplicht, wordt de ondernemer aangesproken en opgedragen om de overtreding direct te beëindigen en/of mitigerende maatregelen te treffen (mondelinge waarschuwing); Bij een volgende constatering volgt er een schriftelijke waarschuwing of een aanwijzing op grond van artikel 58k, eerste lid Wpg vanuit de burgemeester waarin de burgemeester aangeeft welke maatregelen dient te nemen zodat hij aan zijn zorgplicht voldoet; Indien geen gehoor wordt gegeven aan de aanwijzing, volgt een sluitingsbevel en/of bestuurlijke maatregel op grond van artikel 174 Gemeentewet en/of wordt proces-verbaal opgemaakt op grond van artikel 68bis, eerste lid, onder b, Wpg; In specifieke gevallen kan in plaats daarvan een last onder dwangsom/bestuursdwang worden opgelegd op grond van artikel 125 Gemeentewet; Bij een volgende overtreding volgt opnieuw een (verzwarend) sluitingsbevel op grond van artikel 174 Gemeentewet en/of wordt proces-verbaal opgemaakt op grond van artikel 68bis, eerste lid, onder b, Wpg. Indien de situatie een exces betreft kan direct tot een spoedsluiting op grond van artikel 174 Gemeentewet worden overgegaan.5 Let op: een sluiting ogv artikel 58k, vierde lid, Wpg kan alleen voor korte duur. Indien een sluiting voor langere duur gewenst is, is artikel 174 Gemeentewet de juiste grondslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel