Naar hoofdinhoud

Artikel 1b

Voorschriften gebruik parkeerapparatuur

Onderdeel van Aanwijzingsbesluit betaald parkeren 2022

1.. Ter zake van het betaald parkeren geschiedt het in werking stellen van de parkeerapparatuur op alle parkeerterreinen, met uitzondering van het terrein Gevangentoren, door het inwerpen van muntstukken van € 0,10, € 0,20, € 0,50, € 1,00 of € 2,00, met een minimum van € 0,40, dan wel door middel van een debetkaart (bankpas) zonder pincode (Dip & Go). 2.. Ter zake van het betaald parkeren op het terrein Gevangentoren geschiedt het in werking stellen van de parkeerapparatuur door middel van een debetkaart (bankpas) zonder pincode (Dip & Go). 3.. Er dienen ten minste zoveel muntstukken in de parkeerapparatuur te worden geworpen als nodig zijn/of het saldo op de gebruikte debetka(a)rt(en) dient ten minste zo groot te zijn als nodig is om de gewenste parkeerduur te kunnen parkeren. 4.. Indien bij het betaald parkeren op straat gebruik wordt gemaakt van parkeerapparatuur welke na inwerkingstelling een parkeerkaartje afgeeft, dient dit parkeerkaartje met de tijdsaanduiding aan de bovenzijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het motorvoertuig te worden aangebracht. 5.. Indien bij het parkeren gebruik wordt gemaakt van parkeerapparatuur welke is voorzien van een kentekenregistratiesysteem, dan dient het kenteken van het te parkeren voertuig te worden ingevoerd om de parkeerapparatuur voorafgaande het parkeren op correcte wijze in werking te stellen.

Rechtspraak bij dit artikel