Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 22

Overgangsrecht kabels en leidingen, uitgezonderd kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk en WKO-installaties

Onderdeel van Verordening ondergrond: kabels, leidingen en boomwortels gemeente Utrecht

Een voor een kabel of leiding verleende vergunning, welke krachtens de Kabels- en Leidingen Verordening Utrecht 2013, de Telecommunicatieverordening Utrecht 2008, of artikel 2:9 of 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 is verleend, geldt als een vergunning verleend krachtens deze verordening Als een vergunning verleend krachtens deze verordening geldt de voor inwerkingtreding van deze verordening: door de gemeente Utrecht gegeven civielrechtelijke toestemming een kabel of leiding in de openbare grond te mogen hebben en houden; door burgemeester en wethouders verleende vergunning of instemming een kabel of leiding in de grond te hebben op een andere grondslag dan de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010; Als niet duidelijk is op welke grondslag een kabel of leiding ligt, wordt die kabel of leiding tevens geacht met een vergunning krachtens deze verordening te liggen, als de beheerder van of rechthebbende op de kabel of leiding aannemelijk maakt dat die kabel of leiding rechtmatig in of op openbare grond ligt. Het bepaalde in artikel 13 geldt eveneens voor alle kabels en leidingen die niet rechtmatig in of op openbare grond liggen. Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat een vergunning of instemming als bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid van dit artikel niet voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze verordening, kunnen burgemeester en wethouders de beheerder van of de rechthebbende op een kabel of leiding een termijn stellen waarbinnen burgemeester en wethouders nadere informatie over de leiding moet worden verschaft, of alsnog een aanvraag voor een vergunning moet worden ingediend. Burgemeester en wethouders kunnen alle belangen afwegend met inachtneming van een redelijke termijn, de instemming intrekken of wijzigen, of een aanwijsbesluit als bedoeld in artikel 13 tweede lid nemen. Het bepaalde in dit artikel geldt niet voor kabels en leidingen ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, en leidingen en installaties voor warmte koude opslag (WKO). Een aanvraag voor een instemming op grond van de Kabels- en Leidingen Verordening Utrecht 2013, alsmede een aanvraag voor een instemming voor een kabel of leiding op grond vanartikel 2:9 of 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, die vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend, vallen vanaf de dag van inwerkingtreding, onder de bepalingen van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel