Naar hoofdinhoud
Ieder lid kan aan de burgemeester of het college mondelinge vragen stellen. Daartoe wordt aan het begin van de raadsvergadering gedurende ten hoogste een half uur de mogelijkheid geboden. De raad kan in bijzondere gevallen besluiten dat meer tijd wordt ingeruimd voor het stellen van vragen. Raadsleden die tijdens het vragenmoment vragen willen stellen melden dit schriftelijk onder vermelding van de te stellen vragen uiterlijk de dag van de vergadering om 9.00 uur bij de voorzitter. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld alsmede de spreektijd voor de vragensteller, de overige raadsleden, het college en de burgemeester. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Tijdens het vragenuur worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten.

Rechtspraak bij dit artikel