Naar hoofdinhoud
1.. In deze beleidsregel wordt verstaan onder: wet: Participatiewet; IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Bbz: Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004; Tozo: Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers; Wi: Wet inburgering 2021 Awb: Algemene wet bestuursrecht; BW: Burgerlijk Wetboek; Rv: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; de wetten: de onder a tot en met h genoemde wetten en regelingen tezamen; terugvordering: ziet op de terugvordering van de wetten genoemd in a tot en met h; invordering: wijze waarop de terugvordering of boete voor zover genoemd in de wetten genoemd in a tot en met h, dient te worden terugbetaald of de verrekening plaatsvindt; debiteur: degene van wie wordt teruggevorderd; afloscapaciteit: bedrag dat debiteur kan aflossen gezien het inkomen, het vermogen en de waarde van de bezittingen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken; ontstaansmoment van de vordering: datum van de beschikking van het vaststellen van de vordering; voorschot: voorschot als bedoeld in artikel 52 van de wet. 2.. Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wetten en de daarop berustende regelingen.

Rechtspraak bij dit artikel