Naar hoofdinhoud
1.. Bij verrekening als bedoeld in artikel 3, onder e vindt de verrekening plaats met inachtneming van de beslagvrije voet als bedoeld in artikel 475b en verder van het Rv. 2.. Terugvorderingen worden ineens opgeëist bij naderhand ontvangen inkomen of vermogen, zoals vermeld in de wetten. 3.. Bij beëindiging van de uitkering worden alle terugvorderingen ineens opgeëist. 4.. Op verzoek van debiteur kan de vordering worden afgelost in maandelijkse termijnen, binnen 36 maanden. 5.. Als vorderingen niet binnen 36 maanden kunnen worden afgelost, stellen burgemeester en wethouders een onderzoek in naar de hoogte van het inkomen teneinde een afloscapaciteit vast te stellen, en wordt de vordering met de vastgestelde afloscapaciteit afgelost. 6.. De vastgestelde aflossing uit het vierde en vijfde lid geldt als een betalingsverplichting. 7.. Voor debiteuren, waarvan de uitkering wordt beëindigd, wegens het volgen van ’s Rijks kas bekostigd onderwijs, wordt afgezien van invordering gedurende de duur van de opleiding. 8.. Het zevende lid is niet van toepassing op invorderingen van terugvorderingen wegens schending van de inlichtingenplicht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel