Naar hoofdinhoud
1.. Wanneer verrekening als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder e niet mogelijk is dan wordt voor de afloscapaciteit wat betreft het inkomen aansluiting gezocht bij artikel 475d Rv. 2.. Bij de afloscapaciteit voor wat betreft de bezittingen worden in ieder geval de bezittingen van debiteur boven de bedragen genoemd in artikel 34 Participatiewet betrokken. 3.. Bij het vaststellen van de afloscapaciteit wordt rekening gehouden met de individuele omstandigheden van debiteur. 4.. De afloscapaciteit van een debiteur, waarvan de uitkering ingevolge de Participatiewet, of IOAW, of IOAZ is beëindigd wegens werkaanvaarding, wordt gedurende een periode van 12 maanden na beëindiging van die uitkering gelijkgesteld aan de afloscapaciteit van een debiteur met een inkomen op bijstandsniveau, tenzij het (gezins)inkomen hoger is dan 150% van de van bijstandsnorm genoemd in artikel 21 van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel