De werkzaamheden van de autorisatiebevoegde reisdocumenten en rijbewijzen omvatten ten minste:
het dagelijks (laten) controleren of de gegevens op de back-up tapes goed zijn weggeschreven, door het controleren van de logbestanden;
het indien nodig afhandelen van systeemsignalen;
het dagelijks (laten) opstarten van de aanvraagstations;
het na gebruik onmiddellijk (laten) opslaan van de opstartdongles in de kluis in de kluisruimte;
het onderhouden van contact met de leverancier van de systemen;
het bekend maken van en toelichting geven over nieuwe of gewijzigde procedures binnen het RAAS of het rijbewijssysteem, in de richting van de betrokken medewerkers;
het toekennen, wijzigen en intrekken van autorisaties (indien nodig na overleg met de beveiligingsfunctionaris reisdocumenten en rijbewijzen);
het bijhouden van een registratie van uitgereikte autorisaties en het afleggen van verantwoording hierover;
het aan de leverancier melden van diefstal, verlies of onzorgvuldig gebruik van identificatiekaarten;
het bijhouden van de registratie van ontvangen opstartdongles;
het aan de leverancier melden van een defecte of verloren opstartdongle;
het opsturen van defecte opstartdongles naar de leverancier;
het op juiste wijze laten archiveren van brondocumenten;
het periodiek uitvoeren van controles op het gebied van autorisaties, functioneel gebruik en correcte verslaglegging van handelingen.
Hoofdstuk 9:
Artikel 40
Artikel 40
Onderdeel van Regeling beheer en toezicht BRP, Reisdocumenten en Rijbewijzen