Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 8.

Weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Medemblik 2022

1.. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: Als de inwoner op eigen kracht, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk, met gebruikelijke hulp of een algemeen gebruikelijke voorziening de beperkingen kan wegnemen; voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; als de inwoner de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de inwoner dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen; als de inwoner de gevraagde voorziening na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen; voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan inwoner al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de inwoner zijn toe te rekenen, of tenzij inwoner geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten; voor zover de aanvraag betrekking heeft op een al aangeschafte of ingezette maatwerkvoorziening en waarvan niet meer na te gaan is of deze voorziening noodzakelijk was. voor zover deze niet hoofdzakelijk op het individu is gericht; als deze voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de inwoner rekening had gehouden met de reeds bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan; als deze niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij het huishouden of begeleiding; indien de ingezetene geen inwoner is van de gemeente Medemblik, uitzondering hierop is opvang en beschermd wonen. 2.. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag met een maximum van 2.000 km per jaar. 3.. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: voor zover de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; indien inwoner zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen; ten behoeve van (niet gelimiteerd tot) hotels/pensions, trekkerswoonwagens, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; voor het aanpassen of onderhouden van een gemeenschappelijke ruimte in een wooncomplex dat specifiek is bestemd voor de huisvesting van senioren of personen met een beperking; indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie; indien de inwoner niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; indien een verhuiskostenvergoeding goedkoper en eveneens adequaat is.

Rechtspraak bij dit artikel